1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 161
MENS EN MACHINE IN DE OUDHEID
137
bied van deze twee geenszins samen. In Griekenland vinden we nog geen grote groepen van slaven in één hand, in Rome daarentegen worden zij in massa in mijnen en landgoederen te werk gesteld, in mindere mate echter concurrerende met het handwerk. Nooit echter kent men in de Oudheid een ,,arbeidersklasse" in Marxistischen zin, noch zijn de slavenopstanden ooit gebaseerd op een sociaal programma van een maatschappelijke groep, zoals wel wordt verkondigd. De revolutie in de houding ten opzichte van de handenarbeid en de plaats van de ambachtsman in de maatschappij komt echter met het Christendom. Het is welbekend, dat de inzichten ten opzichte van de arme en de slaaf in de Oudheid wisselen in de loop der tijden. In het Nabije Oosten is de arme een slachtoffer van goddelijke beschikking en veelal wekt hij medelijden en verdient te worden geholpen. In de klassieke wereld was deze houding geheel anders, zoals Bolkestein heeft aangetoond. Juist in deze houding tegenover de arme zien we één aspect van de revolutie, die het Christendom teweeg bracht. Een nieuwe houding , een nieuw begrip wordt bekleed met een nieuw woord ,,caritas", dat een geheel andere inhoud heeft als vroegere. Zo geldt dit ook voor de houding ten opzichte van de arbeid. Het Christendom erkent de waardigheid van de menselijke persoonlijkheid, voor haar is de mens geschapen naar Gods evenbeeld. Hoe zeer staat dit in contrast met de riten, waarmede in Rome de slaaf (dikwijls identiek met de krijgsgevangene) zijn persoonlijkheid, zijn ,,mana" wordt ontnomen, waardoor hij juridisch als goed geldt. Het is deze eerbied voor de menselijke persoon, die met het Christendom de Romeinse wereld doordezemend, de houding tegenover de handenarbeid totaal veranderd. De vreugde in de arbeid, de plicht tot arbeid, de waardigheid van slaaf zowel als keizer als menselijke wezens, houden niet alleen een veroordeling der slavernij in. Zij stuwen in de richting van verlichting van dien arbeid. De breideling van de natuurkrachten en de verlichting van dien arbeid door machines zijn niet een onmiddellijk gevolg, want een lange weg moet nog worden afgelegd, doch de kiem is gelegd door de veranderde wereldbeschouwing. Wij moeten deze weg nog verder bestuderen, wij moeten nog zorgvuldig nagaan hoe deze diepere oorzaken stuwen naar een uitbreiding der natuurwetenschap en een stimulering van ambacht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's