1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 36
28
NOTULEN
Prof Hooykaas Is er met een Lamarckiaansche adaptatie in deze resistentie' Antwoord Ik meen, dat Lamarck de uitwendige factor als directe oorzaak aannam, terwijl ik m 't midden laat of er een uitwendige of inwendige causa IS Prof Hooykaas Wat denkt U van Lysenko' Antwoord Lysenko beweert, dat er wel degelijk Lamarckiaansche veranderingen zijn In de Marxistische leer is deze doctrine ook passend Experimenteel is 't gedeeltelijk met reproduceerbaar, gedeeltelijk voor andere uitlegging vatbaar. Prof Sizoo kan niet mzien, dat m deze feiten een suggestie ligt ten gunste van de evolutieleer, in de zin van descendentie der soorten De feiten bewijzen slechts de mogelijkheid, dat door een chemisch hulpmiddel, een bepaalde selectie tot stand kan komen, doordat sommige stammen dood gaan De evoluteileer huldigt echter de opvatting, dat uit bepaalde vormen nieuwe vormen ontstaan, die hooger m ontwikkeling zijn Hier wordt echter alleen geselecteerd uit hetgeen reeds aanwezig is en is van progressie geen sprake Antwoord De descendentie is slechts als een basis te beschouwen voor wetenschappelijk onderzoek en niet ais een soort leer In die zm is hij bruikbaar voor verdere waarnemingen Drs Prins Volgens referent verdwijnt de kimne resistentie weer Men kan er dan toch met van spreken, dat deze eigenschap genetisch is vastgelegd' Antwoord Er kunnen ook terug mutaties plaats hebben Het geheel wordt bepaald door de verhouding van de heen- tot de teiugmutaties Drs Prins In de palaeontologie meent U een bewijs te zien voor de descendentie der soorten Maar wij zien in de practijk toch een dergelijke evolutie met Kan ik met met evenveel recht de theorie aanhangen, dat van de vele soorten, die er eerst waren, er veel zijn uitgestorven' Hier ligt toch geen bewijs Antwoord Ik acht de andere conclusie bruikbaarder Ziet men soorten komen en verdwijnen, dan moet er een hypothese komen Moet de descendentie verworpen, dan moet er wetenschappelijk een andere koiTien en dan is de opvatting, dat de soorten er altijd geweest zijn, moeilijker te aanvaarden Drs Lever De spreker heeft er in zijn lezing eenerzijds op gewezen, dat de biologie zich ook bij het beantwoorden van de evolutievraag moet baseeren op feiten, en is er anderzijds van uitgegaan, dat de tegenwoordige biologie algemeen een evolutie, voornamelijk een macro evolutie, bewezen acht Hier moet tegen m gebracht worden, dat zeker lang met iedere bioloog in de macro-evolutie gelooft (die met de gedachte van de generatio spontanea de kern van het klassieke evolutionisme vormt) Het IS zelfs zoo, dat voor deze macro-evolutie geen enkel feit is aan te voeren Dit IS duidelijk aangetoond door de botanicus Heiibert Nilsson (1941), die grondig heeft nagegaan wat er aan overgangsvormen in de palaeo-botanie te vinden is Dit bleek absoluut , nihil te zijn, zoodat deze bekende onderzoeker met verbazing concludeert, dat het wel lijkt alsof de meening van Linnaeus betreffende de soortconstantie juist is In navolging van deze onderzoeker heeft de Duitscher Kuhn (1942) hetzelfde nagegaan voor de palaeo-zoologie, waarbij hij tot precies dezelfde conclusies komt En eigenlijk erkennen ook de bekende onderzoekers Boker (1935), Schindewolf (1937) en Meyer Abich (1934 en 1943) deze stand van zaken Schindewolf meent zelfs, dat er nooit overgangsvormen hebben kunnen bestaan Men kan dit inderdaad het bankroet van het oude evolutionisme noe men, wanneer de onderzoekers, die zich werkelijk met deze vraagstukken hebben beziggehouden, tot de conclusie komen, dat het bewijsmateriaal geheel ontbreekt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's