1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 149
DE ENERGIEVOORZIENING VAN HET LEVEN
120
een reeks op zichzelf nutteloze tussenproducten voorkomt en waarvan toch het ontbreken van een ervan yoldoende is om het geheel onbruikbaar te doen zijn, is moeilijk denkbaar. (Hetzelfde geldt in feite ook voor de palaeogenese van iedere willekeurige structuur of eigenschap van een organisme). Omtrent het ontstaan van het leven vindt men dan wel tegenwoordig de volgende gedachten ontwikkeld ( H a l d a n e, O p a r i n , H o r o w i t z ) : Voor er leven op aarde was, konden door allerlei omstandigheden (straling, ontladingen etc.) uit water, koolzuur en b.v. ammoniak diverse organische verbindingen ontstaan en zich ophopen (tegenwoordig worden die door b.v. bacteriën onmiddellijk afgebroken). W e kregen dus een milieu van ingewikkelde organische stoffen, waaronder zelfs suiker en mogelijk aminozuren. De eerste ,.levende" (zichzelf reproducerende) eenheid bevond zich dus in een rijk medium, waarin geen struggle for live behoefde te worden gevoerd en waarin nauwelijks synthetisch vermogen nodig was. Daar dit eerste leven een of meer zeer ingewikkelde moleculen bevatte, toevalligerwijs ontstaan, waren er in de omgeving waarschijnlijk ook iets minder — en veel minder — ingev/ikkelde moleculen. Een (progressieve!) mutatie van het leven, waarbij de mogelijkheid ontstond uit een iets minder ingewikkeld molecule het gewenste te fabriceren, had ,,survival" waarde op het moment dat de gewenste stof schaars werd (na dit ogenblik was de terugmutatie, die deze synthese stap weer verloren deed gaan, vrijwel lethaal, zoals tegenwoordig vele mutaties als verlies mutatie lethaal zijn). Op deze wijze zouden door het steeds armer worden van de omgeving aan complexe moleculen slechts mutanten overleven, die steeds weer nieuwe synthesestappen konden uitvoeren. Z o zou dan een syntheseketen ,,van achteren naar voren" ontwikkeld kunnen zijn. Uiteindelijk zouden dan na deze ,,progressieve" evolutie de eerste volledig autotrophe organismen zijn ontstaan. Deze eenmaal in voldoende mate aanwezig, konden dan de assimilatietak van de levenscyclus verder in stand houden, als voedsel dienend voor (voordien ook reeds aanwezige) heterotrophen en mogelijk (nu door regressieve evolutie) in nieuwe vormen differentiëren. De geringe waarde van dergelijke primitief aandoende speculaties is duidelijk. Het gemak waarmee men ingewikkelde organische moleculen laat ontstaan, tot en met ,,zichzelf reproducerende nucleproteinn" toe, en deze dan ,,levend" noemt, herinnert aan de wijze, waar-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's