1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 160
136
R. J. FORBES
gezichtskring gaat zelden boven het locale uit. Er was geen economische factor, die naar massaproductie dreef en daarmede een tendens voor mechanisatie in de hand werkte. Het kapitaal in deze tijd, grotendeels belegd in land en slaven, was daartoe ook niet beschikbaar. Menselijke kracht en dieren stonden voldoende ter beschikking in een wereld, welke slechts voor enkelen produceerde, wat boven het minimum uitging. Dit brengt ons tot de ongelukkige scheiding van natuurwetenschap en ambacht in klassieke tijd. Hoewel de Griekse natuurwetenschap door hare logische behandeling van de stof uit waarnemingen en ambacht geput een hecht theoretisch gebouw had opgetrokken, en ons daarmede een onschatbare dienst bewees, stond zij in de eerste plaats in dienst van de wijsgerige theorieƫn. W a t wij ,,scientists" zouden noemen, noemt zich in de Oudheid ,,philosoof". Artsen worden soms als ,,technitae" bestempeld, d.w.z. tot de ambachtslieden gerekend. Er bestaat geen spoor van een tendens om door waarnemingen van natuurverschijnselen tot wetten te komen, die in staat zouden stellen de natuur ten nutte van de mens te gebruiken. De wetmatigheid en de structuur van de natuur om ons heen schragen allereerst wijsgerige bespiegelingen, geen toegepaste wetenschap dus. Slechts in het Hellenisme in het Nabije Oosten vinden we in het samensmelten van Griekse wetenschap en oud-Oosters ambacht enkele zwakke pogingen in die richting. Veel storender was nog een echt menselijke factor. De antieke geleerde zag neer op het ambacht en beschouwde dit niet als toegepaste wetenschap. Veeleer waren de ,,banausoi" eigenlijk tv/eederangs burgers, die de rechten van de burger nauwelijks waard waren. Slechts zelden klinkt hier een beter geluid, hoewel toch bij Homerus en Hesiodus ambacht en landbouw in een geheel ander licht staan. Pas in Hellenistische tijd begint in Griekenland een groter waardering voor de vrije handwerksman zich baan te breken, met name in de handelssteden. Kenmerkend blijft echter de aristocratische houding der grote wijsgeren, welke ook in Rome worden gehuldigd. Eerst in het begin van de Keizertijd en vooral wanneer de vrijlating van slaven allengs groter omvang begint aan te nemen, wordt andere stemmen gehoord, o.a. van de Stoa en hare volgelingen. Het bestaan van slaven op grote schaal in deze periode heeft ongetwijfeld economisch gedrukt op het handwerk, al valt het ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's