1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 147
ÖE ENERGIEVOORZIENING VAN HET LEVEN
127
celligen, zonder kern, zonder sexuele processen (?), vertonen vaak de grootste synthetische vermogens. Wij noemden reeds de bacteriën, die voor hun volledige ontwikkeling naast COo, O2 en enige zouten, slechts zwavel ofwel ijzer, ammoniak, licht, azijnzuur etc. behoefden. Het onderscheid tussen deze was gelegen in het transformatiesysteem van de anorganische energie in celenergie, mogelijk berustend op slechts enkele enzymcomplexen. Wij kunnen dus deze vormen van het leven beter zien als aangepast aan hun vaak kortstondig en plaatselijk voorkomende milieux, waarin ze na hun omzettingen volbracht te hebben geen verdere levensmogelijkheid meer vinden. Door hun fantastische verspreidingsmogelijkheid zijn zij echter in staat over de gehele aardoppervlakte steeds nieuwe werkterreinen op te zoeken. Het lijkt nu wel of we alleen in die typen van leven meercelligheid, differentiatie, specialisatie etc. vinden, die een overal aanwezige en overvloedige energiebron ter beschikking hebben. Dat zijn dus groene planten (zonlicht, zuurstof) en de meer of minder direct daarvan levende heterotrophen. ,,Hogere" organismen zouden we dus luxe-wezens kunnen noemen (een parallel zou men in de menselijke beschaving kunnen vinden, veelal gecorreleerd met tijden van voorspoed en onafhankelijkheid van omringende gevaren). In het algemeen kenmerken deze organismen zich door specialisatie — echte meercelligheid brengt taakverdeling over de deelnemers met zich mede. Dit sluit dan al direct in, dat b.v. als cel no. 1 zich op proces a toelegt, in cel no. 2 proces a overbodig kan zijn en omgekeerd. De diverse gespecialiseerde cellen in een organisme vertonen practisch altijd een grote achteruitgang in wat we kunnen samenvatten als „synthesecapaciteit". Een achteruitgang, vergeleken met de kiemcel waaruit ze zich ontwikkelden, die nog alle potenties tezamen in zich verenigde. Maar ook een achteruitgang in absolute zin, dus van het totale meercellige organisme, is opvallend. Vooral bij de heterotrophe meercelligen, waar wij de ,,hoogst" georganiseerde organismen vinden, is het synthetisch vermogen sterk achteruit gegaan. Duidelijk wordt dit b.v. gedemonstreerd aan het door de mens benodigde voedsel — waarin naast brandstoffen een gehele reeks andere celmaterialen (b.v. aminozuren en vitamimen etc.) aanwezig moeten zijn, d.w.z. dat de synthese van deze stoffen door het organisme zelf niet mogelijk is. Physiologische evo-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's