1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 58
46
Dr H. P. WOLVEKAMP
kwam daarbij tot het, ook hemzelf, verrassende resultaat dat er parallelliteit is tussen de leercapaciteit en het quantum hersenschors dat gespaard was gebleven, terwijl de plaats der laesies in het geheel niet van invloed was. Daartegenover kon L a s h 1 e y een eenvoudiger functie, n.l. het vermogen om lichtintensiteiten te onderscheiden, wél localiseren. Ook de experimenten van B e t h e (2) kunnen met de oudere localisatieleer moeilijk in overeenstemming worden gebracht. De geelgerande waterroofkever (Dytiscus) zwemt met het laatste paar poten. Amputeert men b.v. de linker achterste poot, dan neemt de linker middelste ^ die bij het intacte dier gedurende het zwemmen passief is — direct de functie van het geamputeerde lid over, bij verdwijning der beide achterste poten zwemt het dier met de middelste. Bij de hooiwagen (Phalangium) treden na amputatie van meerdere, willekeurig uitgekozen poten direct gecoördineerde loopbewegingen van de resterende extremiteiten op. Overeenkomstige resultaten werden door v o n B u d d e n b r o c k met insecten en door v o n H o l s t met duizendpoten verkregen. Ook een hond zonder grote hersenen kan direct op drie poten lopen wanneer de vierde gewond is. Het merkwaardige bij al deze proeven is, dat de correcties niet berusten op een moeizaam leerproces, maar ogenblikkelijk tot stand komen, al kan, tenminste bij de hogere dieren, het locomotiepatroon door leren nog wel nauwkeuriger afgewerkt worden. B e t h e meent dan ook dat deze ,.plasticiteit" van het zenuwstelsel aan een analyse onverbiddelijke grenzen stelt. Deze opvatting wordt echter niet door v o n H o l s t (12) gedeeld. Deze onderzoeker gelukte het de gecoördineerde bewegingen bij de zwembewegingen van vissen in zoverre te analyseren, dat hij niet alleen de onderlinge beïnvloeding der locomotie-mechanismen van de afzonderlijke vinbewegingen kon aantonen, maar er bovendien in slaagde betrekkelijk eenvoudige, mathematisch reproduceerbare, relaties tussen de afzonderlijke bewegingen vast te leggen. Dit geeft ons weliswaar nog geen beeld van de in het centrale zenuwstelsel optredende processen en hun wetmatigheden, maar wél aanwijzingen in welke richting een onderzoek der centrale functies met kans op succes kan worden ondernomen. Dat de plasticiteit van het zenuwstelsel toch wel verre van ongelimiteerd is blijkt ook al uit het feit dat gelijktijdige bewegingen van ledematen niet alleen bij lagere dieren zoals vissen, maar ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's