Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 57

2 minuten leestijd

DE ZENUWPHYSIOLOGIE ALS ZUIVERE WETENSCHAP

45

Deze laatste beweging is star, wordt niet door de optische prikkel gereguleerd; de tong kan alleen maar recht naar voren geslingerd worden. De invloed der variërende condities. Bij een aantal instincthandelingen kunnen we dus een aangeboren bewegingspatroon en modifiërende reflexen onderscheiden. Dit aangeboren bewegingspatroon treedt, zoals we zagen, meestal pas op na ontvangst van een prikkel of een prikkelcomplex. Het merkwaardige is nu dat onder bepaalde omstandigheden zo'n instincthandeling ook af kan lopen zonder een aanwijsbare prikkel, waardoor de overeenkomst met de vroeger besproken automatismen nog groter wordt. Dit verschijnsel is door L o r e n z ,,leegloopreactie" (..Leerlaufreaktion") genoemd. Maar omgekeerd kan het zenuwstelsel in een toestand verkeren, dat bepaalde instincthandelingen in het geheel niet optreden. Als voorbeeld noemen we een aantal handelingen die met de voortplanting en met zorg voor de nakomelingschap te maken hebben. Bij vele dieren kan men hier een periodiciteit vaststellen en, wat nog belangrijker is, wij weten dat de aanwezigheid van bepaalde hormonen in het bloed essentieel is. Kunstmatig kan men dan ook geslachtsdrift en broedverzorgingshandelingen mogelijk maken door hormooninjecties. Hogere hersenfuncties. Onze kennis van de functie van de hersenschors is nog zeer beperkt. Ik moet me bepalen tot het releveren van enkele feiten. N a 1870 won de mening steeds meer veld dat bepaalde functies van de hersenen gebonden zijn aan scherp omschreven schorsvelden. Zo kwamen de aanhangers van deze localisatieleer er toe een steeds groter aantal sensibele en motorische centra aan te nemen, terwijl de interrelatie der geïsoleerde hersencentra door middel van z.g. associatievezels tot stand zou komen. Parallel met deze door physiologen en neurologen uitgewerkte theorie ontwikkelde zich de voorstelling dat het gehele zenuwstelsel zou bestaan uit een enorm aantal reflexbogen. Tegen deze voorstelling zijn zeer ernstige bezwaren aan te voeren. L a s h 1 e y (21) stelde in een zeer groot aantal experimenten het leervermogen van ratten, van wie de grote hersenen gedeeltelijk waren weggenomen, aan de hand van labyrinth-proeven vast en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 57

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's