1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 158
134
R. J. FORBES
slaaf in meerdere of mindere mate in deze periode speelt, niet een functie van de wereldbeschouwingen, die dan prevaleren? Moeten we dus niet dieper graven dan het blote verschijnsel van de klassieke slaveneconomie en de menselijke motieven zoeken, welke de ontwikkeling van de machine beïnvloeden? Ook hier wijst Butterfield ons de weg, als hij geschiedenis definieert : ,,Historical events come out of personalities and run into personalities; so that the inside of human beings have to be brought into discussion ^- mind and motive, hope and fear, passion and faith - before we can begin to connect one fact with another and understand anything at all". Wij willen dan ook ons onderwerp beperken tot de klassieke Oudheid, tot die periode, waarin de slavenarbeid inderdaad een rol speelde in de economie van het Westelijk Middellandsch Zeegebied, en wel voornamelijk van de tweede eeuw voor Christus tot de tweede eeuw na onze jaartelling. W e moeten ons dan eerst realiseren, dat karakterestiek zijn voor onze moderne machinebeschaving twee soorten machines, n.l. een groep die vóór de mens geheel zelfstandig werken en die ik krachtbronnen wil noemen en voorts een groep machines, die bepaalde soorten menselijke arbeid verlichten en ten dele vervangen en die ik werktuigen wil noemen. W a t krachtbronnen betreft was de klassieke Oudheid in een zeer ongunstige positie. Hoewel waterwielen bekend waren, waren de physisch-geographische omstandigheden zodanig, met name de onregelmatige watervoorziening in de rivieren, dat zij als krachtbron geen rol van betekenis spelen. Eerst in de achtste eeuw in West-Europa kan het waterwiel als krachtwerktuig zich ontplooien en de mens veel arbeid uit handen nemen. De windmolen is onbekend en komt eerst veel later uit Perzië naar West-Europa. Men was dus aangewezen op mensen- en dierenkracht. W a t het laatste aangaat, was de bespanningswijze foutief, het trekdier werd bij het trekken de ademhaling belet en het kon in plaats van 15 maal slechts 4 maal de kracht van mensen uitoefenen. Daarmede was de trekkracht in dezelfde verhouding komen te staan als de draagkracht, die ook vier maal die van een mens is. Z o komt de eigenaardige toestand in de wereld, dat in verhouding tot het te verstrekken voedsel de keuze tussen mensen- en dierenkrachten geen keuze was. De kosten van voeding ten opzichte van voortgebrachte energie waren voor beide gelijk. Men gebruikt dus om het even beiden voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's