Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 177

4 minuten leestijd

BOEKBESPREKING

153

van de duizelingwekkende afstand tussen de Goddelijke en de menselijke gedachte Dezelfde bescheidenheid, die de Schr ertoe drijft zich te onthouden van een oordeel over wat leven nu eigenlijk is (p 31), had hem van zijn poging tot ,,synthese" moeten doen afzien Van natuurkundig standpunt hebben we grote waardering voor de beeldenstormeiij van pi of Umbgrove, maar we hadden verwacht, dat hij aan het einde tot een agnosticistisch standpunt zou komen i p v tot een metaphysica, die tiacht haar onwetendheid met woorden te bedekken om aldus het scheppmgsgeloof te vermijden Dit over de strekking van het betoog Ook m enige detailkwesties moeten we van mening verschillen Het darwinistisch materialisme van Lam (p 24) en ook het vitalisme (p 29), die elkaar elke wetenschappelijke betekenis ontzeggen, passeien de levue en worden door de schr beiden als vei klaringsbeginselen verworpen Zelf onthoudt hij zich van een oordeel over wat het leven is Uit wat hij vermeldt ovei de stand van physica en biologie krijgt men de indruk, dat er van een vervloeiing der grenzen nog geen sprake is (p 63) Maar zijn eigen monistische overtuiging leidt hem ei toch weer toe hier een optimistisch geluid te doen horen en op Bohr's comple i ontariteitsbegmsel zijn verwachting te bouwen (p 70, 89) Als men echter levensverschijnselen complementair als physischchemische beschouwt, dan is daarmee de kloof tussen organ'sche t n anorganische natuur allerminst ,,feitelijk" overbrugd De parallel, die Bohr (p 70) trekt tussen ,,existence of life" („an elementary lact that cannot be explained") m de biologie, en het werkmgsquantum en ,,the existence of elen^ientaiy particles in de atoomphysica, maakt met duidelijk, dat het complementariteitsbegmsel, dat m biologie en physica belden toegepast wordt, nu ook „de mogelijkheid opent het ongewenste dualisme op te heffen" (p 89) Het demonstreert slechts, dat een formele overeenkomst bestaat tussen denkschema's, die men op verschillende gebieden toepast Het demonstreert slechts, dat de schr een, zij het dan ook uitermate abstract, ,,beeld ', d i t ontleend is aan de atoomphysica, toepast op de biologische objecten Volgens de schr zijn „atomen thans geworden tot zuiveie producten van het verstand en behoien zij niet langer meer tot de waargenomen veischijnselen of feiten" (p 9) We kunnen natuurlijk boeken vol schrijven over de vraag wat een waargenomen veischijnsel of feit nu eigenlijk is, maar als de atomen „niet langer meer" daartoe behoren, zou men moeten concluderen, dat dit vroeger wel het geval was en dat zal de schr hier toch waarschijnlijk met willen zeggen Vermoedelijk bedoelt hij, dat we „met langer menen", dat ze tot de waargenomen verschijnselen en feiten behoren Maar zelfs dan zouden we nog niet met hem kunnen meegaan, daar het ons toeschijnt, dat de natuurwetenschap nog nooit zo zekei van hun ,,bestaan" (wat men daar dan ook mee bedoelen moge) geweest is als juist nu Hoewel het met de persoonlijke geestelijke instelling van de schr niet strookt, zien we tot onze verbazing, dat hij m zijn histoiische beschouwingen nog enigszins vei keert m de ban van een geschiedschrijving, die, naar 18-eeuwse tiant, al wat niet bij onze opvattingen past, als ,,middeleeuws" verwerpt Tot de ,,meest primitieve voorstellingen op scheikundig en biologisch terrein" (p 76) wordt blijkbaar ook Stahl's phlogistontheorie gerekend (p 77) Inderdaad doen Boyle's opvattingen moderner aan, maar zij waren, van chemisch standpunt bezien, vrijwel onvruchtbaai vooi de ontwikkeling van de scheikunde en ik acht de naam „dilettantisme" (p 77) voor de qualitatieve scheikunde allerminst gerechtvaardigd Eveneens is het beslist onjuist om te zeggen, dat „Lavoisier de wet van het behoud dei massa vond" (p 77) Lavoisier was er de man niet naar om zich do roem van een zijner vondsten te laten ontgaan, maar op deze heeft hij toch nooit aanspraak gemaakt ' De opmeikmg, dat de plant- en dierkunde met voor Linné (1735)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's