Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 68

3 minuten leestijd

56

BOEKBESPREKING

ontwikkeling van de experimenteele wetenschap is den schr. blijkbaar ontgaan. Ondanks zijn zwakke plekken heeft dit werk ons allen iets te zeggen, vooral waar meer direct het kernprobleem, het wankele evenwicht der Europeesch-technische beschaving (zie p. 275—276), behandeld wordt. Ook de kritiek, op bepaalde aspecten der democratie gericht, is de overweging ten volle waard. Prof. Bouman zegt (p. 36) van de epigonen van Thomas van Aquino : „Hun aanmatigende opvatting gelijktijdig de theologie, de wetenschap en de philosophie te kunnen dienen, berustte op een miskennen van de krachten, die deze gebieden van weten en denken uiteen deden drijven". Als dit oordeel juist is, houdt het tevens een scherpe veroordeeling van zijn eigen werk in, want de schr. heeft zelf ook een poging gewaagd de gespletenheid der samenleving te heelen (zie p. 16) in een wereld, waarin dezelfde divergeerende krachten werken. Dat hier een zekere aanmatiging in schuilt, is waar en ook deze auteur is soms ernstig in gebreke gebleven. Toch zijn we hem dankbaar voor deze „synthetische en philosophische" poging tot geschiedschrijving, die althans duidelijk maakt, dat niet natuurwetenschap en techniek op zichzelf schuldig staan aan de tegenwoordige crisis, maar dat een radicaal verkeerde wereld- en levensbeschouwing hen in haar dienst gesteld heeft. De diepste overtuiging van den schr,, die we zonder commentaar doorgeven, lijkt ons wel vervat in de slotzin van het boek: „Deze onzekerheid (nl. over de toekomst van een gewijde cultuur) mag kwellend zijn voor de epigonen van een vermoeid geslacht, zij is het stellig niet voor hen, die de zin der geschiedenis menen te zien in de continuïteit tussen een door lijden gelouterd aards leven en het hogere leven, waartoe de mens neigt als een plant naar het licht" (p. 323). , R. HOOYKAAS. Arnold Sorsby: Mens en Medicijn, uit het Engels vertaald door Dr B. Hoogvliet. Uitgever Ad. Donker, Rotterdam-Antwerpen 1949. 157 pag. Prijs f 3.50. Dit boek bevat een „medisch" evangelie. Het wil in korte trekken het wezen van de geneeskunst schetsen m het licht van de gedachte, dat men tot begrip van gezondheid en ziekte alleen kan naderen door het lichaam te zien in een labiel physico-chemisch evenwicht onophoudelijk reagerend op evenwichtsverschuivingen in de omringende wereld, waarvan het zelf slechts een van de aspecten is (pag 6). Vanuit dit gezicht,spunt worden de vraagstukken van gezondheid en ziekte, van individuele en collectieve behandeling, en ook de noodzakelijkheid en aard van sociale maatregelen bezien. Dit geschiedt op een zeker voor medici heldere en boeiende wijze, maar of dit ook in alle opzichten het geval is voor den minder deskundige op het terrein der geneeskunde, waag ik te betwijfelen. De schrijver (of de vertaler) moet dit ook wel enigszins gevoeld hebben, daar hij het noodzakelijk achtte aan zijn boek een vrij omvangrijke verklarende woordenlijst toe te voegen. Mocht deze oplossing nu inderdaad afdoende zijn, dan kan óók de niet-medicus trachten zich te troosten met het evangelie, dat hier als slotsom van het voorafgaand betoog gepredikt wordt. De nadruk valt hier op het woord trachten, omdat Sorsby dit evangelie in zijn boodschap, dat thans minder dan ooit de medische wetenschap met een categorisch neen kan antwoorden op 's mensen jacht naar eeuwige jeugd en onsterfelijkheid (pag, 146), wel als alleszins aannemelijk kan voorstellen, maar daaraan toch twee vóór-veronderstellingen doet voorafgaan, die stilzwijgend moeten worden geaccepteerd. De ene pijler van zijn blijde boodschap is, dat op z.i. goede wetenschappelijke gronden, waarvan hij ver-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 68

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's