Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 49

2 minuten leestijd

DE ZENUWPHYSIOLOGIE ALS ZUIVERE WETENSCHAP

37

mate op voor de overige psychische verschijnselen. Samenvattend kunnen we vaststellen, dat het quantitatieve element in de psychologische processen zeer zeker aanwezig is, maar dat het zich aan alle pogingen om het exact te meten volledig onttrekt Er zij bovendien nog op gewezen dat het in zekere zin onjuist IS de van buiten komende prikkels direct te vergelijken met psychische verschijnselen Men dient eerst na te gaan in hoeverre deze prikkels m de zintuigen worden getransformeerd en ook of en in hoeverre de onderlinge quantitatieve relaties van prikkels van verschillende intensiteit worden veranderd voordat ze hun invloed op het zenuwweefsel doen gelden. Het zijn veeleer de excitatieprocessen m het z e n u w w e e f s e l die, bij de bestudering der psycho-physische betrekkingen, in relatie moeten worden gebracht met de psychische verschijnselen Van de m de zintuigen optredende processen mag aangenomen worden dat ze evenmin als de in de buitenwereld optredende verschijnselen direct met de waarnemingsprocessen te maken hebben Het IS natuurlijk mogelijk, en misschien niet eens irrationeel, te p o s t u l e r e n dat de gewaarwordingen quantitatief verschillen op dezelfde wijze als de corresponderende excitatieprocessen, maar men dient zich dan wel te realiseren dat dit een onbewezen hypothese is en blijft Of deze hypothese voor het psychologisch onderzoek vruchtbaar is zou ik niet durven bevestigen of ontkennen. Al zijn er geen bevredigende theorieƫn over de psychisch-physiologische relaties, toch is het wel zeer gewenst om uit de genoemde en in het kort besproken concepties een voorlopige keuze te doen en dan komt het mij voor dat het op methodische gronden aanbeveling verdient uit te gaan van de opvatting, dat de psychische en physiologische verschijnselen niet ,,in serie" maar ,,in shunt" geschakeld gedacht moeten worden Weliswaar is deze opvatting in strijd met wat indertijd door H u t t e r (13) in dit tijdschrift , de directe evidentie" werd genoemd, maar men moet toch niet vergeten dat voorstellingen op directe evidentie gegrond, d w z aan ongeanalyseerde phaenomenen ontleend, tegelijkertijd voor de praktijk van het dagelijks leven van de grootste betekenis, als grondslag voor wetenschappelijk werk echter volkomen onbruikbaar kunnen zijn Mijn bezwaren tegen een dualistische wisselwerkingstheorie berusten niet op de mening dat deze in tegenspraak is met een of

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's