Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 175

4 minuten leestijd

BOEKBESPREKING

151

tiviteit en zuiver geologische schattingen zijn volkomen met elkaar m overeenstemming En aangezien de oudste palaeozoische aardlagen leeds fossielen bevatten, bestaat ook de wereld der organismen reeds mnstens 500 milhoen jaar Daar is geen ontkomen aan Heel meikwaardig is m dit verband, en tevens uit de mond van Prof De Vlies volkomen onbegrijpelijk, wat hij zegt op blz 155 „Toen God na de val m het paradijs de vloek over de mens uitsprak, bleef die mens wel leven naai het lichaam, maar hij stierf naar de geest In de dieronweield bestond de dood echter al lang tevoren De ontdekkingen der geologen bevestigen, dat er niet alleen dood was van den beginne, maar ook, dat er voor de val al verscheurende dieren op aarde waion" Inderdaad, de dood was er m de natuur al lang, getuige de lossielen Maar het verschil tussen Prof De Vries en de geoloog is, dat eerstgenoemde de tijd „,van den beginne" af zeer kort, slechts enkele dagen, moet nemen, gezien zijn re^Js besproken beschouwingen, terwijl de geoloog die tijd bij milliocnen jaren meet Toch ben ik zeei dankbaar voor deze opmerking de dood was er al van den beginne , de geoloog krijgt nu steun van een zijde, waarvan hij die zeker niet zou hebbon verwacht Trouwens, de bioloog zal er ook volkomen mee instemmen er is geen opbouw van I t / e n mogelijk zonder afbiaak, geen assimilatie zonder dissimilatie, geen leven zonder dood Prof De Vries zegt ook nog iets over de prehistorie van de mens In nog geen halve bladzij (p 80) worden enkele vondsten genoemd van de Pithecanthropus de Eoanthropus on de Neanderthal-mens en dan lees ik „Deze voorbeelden zijn voldoende om aan te tonen, hoe pover het bewijsmateriaal is, waarover de geleerden in werkelijkheid beschikken" De schrijver wekt de indruk dat er niet meer bekend is dan wat hij genoemd heeft Maar hij kon beter weten ' Het aantal vondsten van fossiele overblijfselen van mensen is zeer groot, en van de door hen vervaardigde voorwerpen nog groter De zo bekende Heidelberg-mens, Pekmg-mens en Cro-magnon- nens worden met eens genoemd Ik laat de beantwoording van de vraag, of alle gevonden resjen afkomstig zijn van mensapen of van echte mensen gaaine aan de deskundigen over, over verschillende vondsten heerst verschil van mening, maar het is met eerlijk, en zeker tendentieus, het bewijsmateriaal pover te noemen Ten slotte de zondvloed ' De zondvloed wordt door vele met-geologen als een reddende engel beschouwd , men schrijft er dan krachten aan toe, die m staat moeten zijn geweest een zodanige transformatie der aardlagen te bewerkstelligen, dat al die beweringen van geologen er door op losse schroeven komen te staan Zo schreef onlangs Ds W Kremer m ,,De Wekker" „Kunnen door de catastrofe van de zondvloed geen verschuivingen enz zijn opgetreden, waarvan we nu geen notie hebben ' En kan m de periode voor de zondvloed, waarin alles nog veel meer het stempel droeg van de orde zoals die in het paradijs en de eerste wereld gegolden heeft, deze ontwikkeling zich niet veel sneller voltrokken h e b b e n ' " Tussen twee haakjes waar staat dat in de Bijbel, dat van die andere orde en zo "> Prof De Vries zegt er van (p 81) ,,De zondvloed kan vele fossielvondsten verklaren Het valt niet te verwachten, dat de moderne geologen deze mogelijkheid ei kennen, daar zij het zondvloedverhaal als een mythe beschouwen" Ik vraag waarom zouden de geologen de mogelijkheid van een grote vloed met onder ogen zien ' Men heeft in de vorige eeuw aan de zondvloed wel degelijk een grote invloed toegeschreven, betekent het geologisch archaïsme diluvium met zondvloed' Maar het is steeds duidelijker geworden, dat een zondvloed nooit m staat kan zijn geweest te doen, wat men er zo gaarne aan toeschrijft Het is onmogelijk, de zondvloed aansprakelijk te stellen voor de dood van al die planten en dieren, die we m de aardlagen vinden, vaak honderden meters diep Als 't kon, zou ik gaarne aan de zondvloed toeschrijven al

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 175

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's