Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 19

2 minuten leestijd

OVER ADAPTATIE, VARIATIE, MUTATIE EN SELECTIE

11

zeer scherpzinnige onderzoekingen. Zou het in een bepaald geval gelukken aan te tonen dat een resistente stam over een andere chemische reactieketen beschikt dan een gewone stam, dan had men daarmede tevens de essentie van het werkingsmechanisme van het chemotherapeuticum gevonden. Men kan zich theoretisch verschillende mogelijkheden denken, waarop een chemoresistentie zou kunnen berusten, Een aantal van deze mogelijkheden blijkt ook werkelijk voor te komen. 1.

Permeabiliteitsveranderingen. De aandacht op de mogelijkheid, dat bij resistente stammen de verminderde opname van het chemotherapeuticum de oorzaak van de resistentie is, ontstond haast vanzelf toen waargenomen werd, dat trypanosomen-stammen, die resistent waren tegen een kleurstof — trypaanblauw •— niet door deze kleurstof gekleurd werden, in tegenstelling tot de normale stam. Het zelfde verschijnsel werd aangetoond bij trypanosomen stammen, die voor bepaalde arseenverbindingen resistent waren. In bepaalde gevallen werd door normale trypanosomen 250—500 maal zoveel geresorbeerd van een arseenhoudend chemotherapeuticum (tryparsamide) als door de resistente stam. ( W . Y o r k e , M u r g a t r o y d , H a w k i n g ) . Hoewel er gegronde argumenten zijn, dat dit verschijnsel berust op een veranderde permeabiliteit van de celwand, bestaat er ook een andere mogelijkheid. Men kan zich nl. ook denken dat de delen van de cel, die anders het arseenhoudende chemotherapeuticum binden, bij de chemoresistente stam daartoe niet in staat zijn. In de toekomst zal een onderzoek met radioactieve tracers ons belangrijke inlichtingen kunnen geven over deze quaesties. 2.

Vergrote productie van een antagonist van een chemothenapeuticum. In 1940 werd ontdekt, dat een aan sulfonamiden verwante stof het sulfanilamide kan antagoneren, nl. het p. aminobenzoëzuur. Deze vondst kreeg daardoor zeer grote betekenis, omdat het p. aminobenzoëzuur in vele bacteriecellen voorkomt en daar de rol vervult van een vitamine (,,essential metabolite"). Op grond van deze onderzoekingen verklaarde men de werking van de sulfonamiden als volgt. De bacteriecel bindt zowel p. aminobenzoëzuur als toegevoegde sulfonamiden, al naar de onderlinge concentratie-verhouding. De binding met het sulfonamide heeft ten gevolge, dat de bacteriecel denkt een vitamine te binden, maar in wezen een on-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 19

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's