1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 139
U^
ÖÉ ENERGIEVOORZIENING VAN HET LEVEN
Gaan wij thans over tot een wat nadere beschouwing van het karakter van die levensprocessen, welke direct bij de bovengeschetste energievoorziening betrokken zijn. De assimilatieprocessen, waarbij met behulp van energie uit de anorganische wereld organisch materiaal uit koolzuur wordt gevormd, kunnen we verdelen in : lo. Chemosynthesen. Hierbij wordt de energie vastgelegd, vrijkqmende uit een anorganische oxydatie-reactie — b.v. van zwavel tot sulfaat, van v^^aterstof tot water, van ammoniak tot salpeterzuur. Deze synthesen worden uitsluitend door bacteriën uitgevoerd. 2o. Photo synthese. Hierbij v/ordt lichtenergie, door middel van kleurstof (chlorophyl) moleculen opgevangen, gebruikt voor de reductie van koolzuur. Alle hogere planten, wieren en groene flagcllaten, voeren deze synthese, naar het schijnt, op een in principe weinig uiteenlopende wijze uit, volgens onderstaande bruto vergelijking : Energie + CO2 -f H2O - ^ CH2O -f O2
(1)
3o. Kennen wij nog een reeks autotrophe organismen, die aan een anaëroob (zuurstofvrij) milieu zijn gebonden. Vanzelfsprekend kunnen zij door de afwezigheid van zuurstof geen chemosynthese uitvoeren, maar ook photosynthese volgens bovenstaande vergelijking is onmogelijk, daar de ontwikkelde zuurstof schadelijk voor hen zou zijn. Interessant is nu de door deze organismen vertoonde ,,gemengde" synthese : Wij kunnen die zo opvatten, dat bovenstaande reactie gedeeltelijk ,,normaal" wordt uitgevoerd met behulp van lichtenergie, maar dat het tussenproduct, dat bij groene planten in 0 2 overgaat, hier wordt weggevangen door reducerende stoffen (b.v. S, dat tot S 0 4 wordt geoxydeerd). Zodoende snijdt nu het mes aan twee kanten, daar dit wegvangen wel weer met het beschikbaar komen van energie gepaard zal gaan. Overzien wij even de genoemde syntheseprocessen, dan is het opvallend dat uiteenlopende organismen onder diverse voorwaarden in staat zijn koolzuurreductie uit te voeren en wel (wij komen hierop later terug) in wezen op zeer analoge wijze. Het is alleen de aard van de energiebron en het milieu die speciale energietransformatoren vereist. W e zouden kunnen zeggen dat het ,,leven" practisch alle denkbare anorganische energiebronnen van een ,,roestende" ijzerdraad tot de zonnestraling toe, weet te benutten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's