1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 54
42
Dr H. P. WOLVEKAMP
verband met de vraag naar de mogelijkheid van nerveuze activiteit bij afwezigheid van aandrijvende prikkels. In de laatste jaren heeft men weer meer oog gekregen voor deze z.g. autonome activiteit. Weliswaar was natuurlijk reeds zeer lang bekend dat het geïsoleerde hart blijft doorkloppen, mits het in goede conditie gehouden wordt, maar dit was een speciaal geval, waarbij bovendien geen nerveuze elementen waren betrokken. Vrij algemeen neemt men tegenwoordig echter aan dat ook in het centrale zenuwstelsel autonome activiteit optreden kan. Zo zou b.v. het ademcentrum rhytmisch impulsen uitzenden naar de spieren die de ademhalingsbewegingen uitvoeren zonder dat hiervoor prikkeling van dit centrum noodzakelijk is. Deze opvatting heeft zeer aan waarschijnlijkheid gewonnen sinds A d r i a n en B u y t e n d i j k konden aantonen dat in de volledig geïsoleerde hersenen van de goudvis nog steeds periodiek optredende z.g. actiepotentialen worden gevonden, waarvan de rhytmiek gelijk is aan die van de normale adembewegingen. Van belang is in dit verband een experiment van W e i s s (31). Deze transplanteerde een poot van een salamanderlarf in de vinzoom van een tweede larve tegelijk met een stukje ruggemerg. Na enige tijd treden nerveuze verbindingen tussen dit stukje zenuwweefsel en de extra poot op, waarbij de motorische vezels contact maken met de spieren, vóór sensibele innervatie plaats vindt. Men kan n.l. in de eerste tijd op generlei wijze door toediening van prikkels actieve bewegingen in de poot opwekken, maar wel ziet men van tijd tot tijd spontaan series van (gecoördineerde!) bewegingen optreden. Opgemerkt moet worden dat er toch nog steeds enige twijfel bestaat omtrent het vol-automatisch karaker der genoemde verschijnselen. Wanneer we mogen aannemen dat autonome bewegingen en reflexen twee grondelementen van nerveuze activiteit zijn, dan dient de vraag beantwoord te worden in hoeverre bij het normale dier deze elementen kunnen samenwerken. In het geval van de adembewegingen komt men dan tot de voorstelling dat de spontane rhytmische bewegingen kunnen worden gemoduleerd door z.g. ademreflexen. Het grondrhytme wordt o.a. geïntensiveerd en versneld door de prikkelende werking van het koolzuur in het bloed op het ademcentrum in het verlengde merg en door chemische prikkeling van de glomus caroticus (Heymans). Zodoende verliezen deze bewegingen hun star automatisch karakter en verkrijgen ze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's