Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 55

2 minuten leestijd

DE ZENUWPHYSIOLOGIE ALS ZUIVERE WETENSCHAP

43

een flexibiliteit waardoor aanpassing aan de momentele behoeften van het lichaam mogelijk is. Ketenreflexen en locomotorische half-automatismen. Voor een verklaring van de ingewikkelde bewegingspatronen is méér nodig dan kennis der afzonderlijke reflexen en automatismen. Het moeilijkste probleem wordt gesteld door de harmonische samenwerking der verschillende delen van het centrale zenuwstelsel. Nu blijkt het in de eerste plaats dat reflexen vaak onderdelen vormen van grotere complexen, waarbij het effect van reflex 1 werkt als prikkel voor reflex 2, het effect van reflex 2 als prikkel voor reflex 3 enz. Deze complexen worden ketenreflexen genoemd. Typische voorbeelden vinden wij in het werk van M a g n u s (23) over het staan en gaan, zich oprichten enz. Bij de hond of kat zonder grote hersenen in zijligging wordt door de z.g. labyrinthreflex de kop in de normale stand gebracht, de rekking van bepaalde halsspieren, die hiervan het gevolg is, veroorzaakt de tonische halsreflexen, waarbij de voorpoten de voor het opstaan nodige bewegingen maken. Hierop volgt reflectorische beweging van de spieren in romp en achterpoten, waardoor tenslotte het dier tot ,,staan" komt. De ketenreflexen hebben jarenlang een alles overwegende rol gespeeld bij de interpretatie der locomotorische bewegingen, maar er is gebleken dat in vele gevallen locomotie niet als een ketenreflex mag worden opgevat. Reeds S h e r r i n g t o n , die de grondslagen legde voor een reflexleer waarop nog steeds wordt voortgebouwd (27), uitte twijfel en in de jaren na 1935 is vooral door het werk van v o n H o l s t (12) en G r a y (8) gebleken dat bij de voortbeweging het centrale zenuwstelsel in zeer sterke mate autonoom is. V o n H o l s t isoleerde bij vissen van de geslachten Sargus en Crenilabrus het ruggemerg van de hersenen. Bovendien werden de sensibele wortels der ruggemergszenuwen doorgesneden, slechts vooraan werden er enkele gespaard. Het aldus behandelde dier kan er toe worden gebracht zwembewegingen uit te voeren die geruime tijd aanhouden, wanneer het kleine, gevoelig gebleven areaal éénmaal mechanisch geprikkeld wordt. Telkens gaat nu een excitatiegolf van voren naar achter door het ruggemerg. Van een ketenreflex is hier uiteraard geen sprake, ook niet van herhaalde prikkeling van spierzintuigen in de niet gedeafferenteerde segmenten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 55

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's