1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 62
50
Dr H P WOLVEKAMP
Verondersteld nu dat men van een mens in rust" een regelmatig a-rhytme registreert in de occipitale streek (waar de z g optische centra liggen') Bij toediening van een optische prikkel ziet men nu een veel sneller en onregelmatiger serie potentiaalschommelingen optreden Bij afleiding aan beide zijden van het achterhoofd treedt volgens A d r i a n dit verschijnsel vooral links op wanneer het licht van rechts komt en rechts bij belichting van Imks geheel m overeenstemming met wat op grond der anatomische en clmische data te verwachten is Dezelfde onderzoeker deed nog een andere merkwaardige ontdekking toen hij werkte met een flikkerlicht Het bleek m de eerste plaats dat de potentiaalgolven tot op zekere hoogte het flikkerrhytme copieeren Hierdoor was nu de mogelijkheid ontstaan na te gaan welke andere hersendelen bij de optische waarneming be trokken zijn In sommige gevallen bleek nu deze bepaalde frequentie in de actiepotentialen niet alleen in de occipitale streek maar ook in andere schorsgedeelten zelfs tot m de frontale kwabben toe, op te treden Voorwaarde is dat deze ver van de optische centra liggende schorsvelden niet door andere complexe niet door optische prikkels veroorzaakte impulsen m beslag zijn genomen Laatstgenoemd proef resultaat is in goede overeenstemming rnc^ de ervaringen van die neurologen en clinici, die door hun waarnemingen geleid werden tot een totaliteits" ( Ganzheits") beschouwing van de functie van het zenuwstelsel maar het is veel concreter dan de — noodzakelijkerwijze — ongeanalyseerde data van bedoelde onderzoekers W a s het mogelijk deze chronologisch gerangschikte activiteitsvariaties — die men eventueel als potentiaalmelodieen zou kunnen aanduiden — een eindweegs in de hersenen te volgen met de ruimtelijk geordende actiepatronen corresponderend met beeld- en vormwaarneming is dit nog niet gelukt Het is evenwel geen al te gewaagde hypothese te veronderstellen dat vanuit de primaire optische centra dergelijke patronen dieper de hersenen binnendringen, waarbij het overigens met nodig is aan te nemen dat deze patronen geometrisch overeenstemmen met het prikkelpatroon Evenmin behoeven deze melodieën en patronen vaste anatomische banen te volgen Integendeel alles wijst er op dat binnen de hersenschors met zijn ontelbare anatomische verbindingen van een bepaald zintuiggebied afkomstige potentiaalconstellaties nu hier dan daar kunnen optreden afhankelijk van de plaatselijke condities
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's