1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 59
DE Z E N U W P H Y S I O L O G I E A L S Z U I V E R E W E T E N S C H A P
47
bij de mens, in principe slechts optreden in een beperkt aantal locomotiepatronen. Zo is het uiterst moeilijk om de armen of handen onafhankelijk van elkaar in een verschillend tempo te bewegen, een feit dat beginnende pianisten aanvankelijk tot wanhoop kan brengen, wanneer ze bij het bestuderen van Chopin b.v. in de bovenhand een maat in 8, in de benedenhand een maat in 9 even lange tonen moeten verdelen (,,laat Uw linker hand niet weten wat Uw rechter doet"). Als componenten van de integrale activiteit van het zenuwstelsel kennen we voorlopig slechts de automatismen, half- automatismen, samengestelde reflexen en enkelvoudige reflexen. Deze vormen een reeks waarvan de kenmerken a.h w. geleidelijk in elkaar overgaan. Hierbij moet worden opgemerkt dat het bestaan van echte automatismen (met uitzondering van de automatie van het hart, die evenwel buiten het kader van de nerveuze activiteit i.e.z. valt) nog niet geheel vast staat. Half-automatismen komen in de vorm van, vaak door een enkele prikkel veroorzaakte, langdurige rythmische motorische processen algemeen voor. De enkelvoudige (half-) automatismen zijn zeer dikwijls, zo niet altijd, met andere tot complexe bewegingspatronen verenigd (v o n H o l s t ) , die uiteraard door reflexen meer of minder sterk worden gemodifieerd. Tot deze complexe autonome nerveuze processen rekent T i n b e r g e n ook een aantal instincthandelingen die op zichzelf een stereotyp karakter dragen. Opgemerkt moet worden, dat er in deze locomotorische patronen hiërarchische verbanden worden aangetroffen. Naast wederzijdse beïnvloeding van ,.centra op gelijk niveau" treedt in sterke mate modificatie van de activiteit van ,,lagere" door ,.hogere" centra op. De reflexen kunnen óf enkelvoudig zijn (zoals de knieschijfreflex), óf samengesteld, waarbij de binnenkomende sensibele impuls een groter aantal motorische banen activeert (krabreflex), terwijl tenslotte een aantal reflexen aaneengeschakeld kunnen zijn in de vorm van ketenreflexen. Uit het voorgaande blijkt wel, dat de grens tussen automatismen en reflexen niet scherp te trekken is. De ,.lagere" niet complexe functies zijn duidelijk gelocaliseerd, d.w.z. gebonden aan bepaalde gebieden van het centrale zenuwstelsel. Voor de primaire sensibele en motorische centra spreekt dit trouwens vanzelf. De sensibele vezels van de eerste orde eindigen nu eenmaal op één bepaalde plaats in het centrale zenuwstelsel en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's