Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 27

2 minuten leestijd

OVER ADAPTATIE, VARIATIE, MUTATIE EN SELECTIE

19

De proeven waarbij resistentie tegen antimalariamiddelen (,,Paludrine' , kmme) geïnduceerd wordt, leveren een verdere bijdrage tot het vraagstuk Er bleek nl dat de resistentie overerfelijk is na een sexuele voortplanting van de malariaparasiet. Hoewel de ontstaanswijze van spontane stammen gevolgd door selectie de meest voorkomende en de meest waarschijnlijke is, moet toch ook aandacht geschonken worden aan de mogelijkheid var inductie van mutanten door het chemotherapeuticum gevolgd door selectie Bij enkele stoffen is het zeker, dat deze stoffen mutanten m een grotere mate dan normaal kunnen induceren Voorbeelden hiervan zijn colchicine, carcmogene stoffen en vooral het di-/3chlooraethylamme (een ,,nitrogen mustard"). Mocht deze mogelijkheid inderdaad voorkomen, dan is de meest waarschijnlijke oplossing dat m een dergelijk geval het chemotherapeuticum aanleiding geeft tot mutatie in vele richtingen, waarvan er één toevallig chemoresistent is De selectie door het chemotherapeuticum resulteert dan in een chemoresistente stam. Voor de tot nu toe bekende vormen van chemoresistentie is echter deze oplossing weinig waarschijnlijk Thans moet de vraag beantwoord worden in hoeverre dit model '— ,,aanpassing van de soort aan veranderde omstandigheden" •— een algemeen biologische betekenis heeft Immers, wanneer men de ontstaanswijze van chemoresistente stammen beschouwt als een selectie van spontane mutanten, dan kan men dit verschijnsel samenvatten onder de teim„praz'adaptatie Welnu, de prae-adaptatie IS een belangrijk onderdeel in de hypothese van de descendentie der soorten Men bedoelt hiermede, dat in een populatie individuen voorkomen, die bijv door de mutatie bestendig zijn tegen eventueel optredende veranderde omstandigheden (C u e n o t) Treden deze omstandigheden inderdaad op, dan hebben deze mutanten de beste kans op overleving Op deze wijze zou dan een nieuwe soort kunnen ontstaan Wil men deze vraag beantwoorden, dan is een positiekeuze ten opzichte van de leer van de descendentie der soorten noodzakelijk Het moet belangrijk geacht worden dat het feitenmateriaal, dat aan decendentie-leer ten grondslag ligt, thans rustiger, meer affectloos beoordeeld kan worden dan enkele tientallen jaren geleden Door het feit dat de leer van de descendentie der soorten verheven werd tot een algemeen philosophisch principe •— ,,evolutieleer" bijv in de zin van H a e c k e 1, enz •— heeft er geruime

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 27

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's