1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 211
NOTULEN
187
eenstemmigheid in het beantwoorden van de vraag, of we ons moeten voorstellen, dat ook de diameters van de melkwegstelsels en van de sterren deelnemen aan de uitzetting. In ieder geval is deze uitzetting voor sterren en waarschijnlijk ook voor melkwegstelsels zo gering, dat we haar niet experimenteel kunnen vaststellen met de middelen, waarover wij thans beschikken. Drs D, Noordam: 1. Wordt het tropisch klimaat van Groenland ook niet verklaard uit een verandering in de stand van de aardas t.o.v. de zon? 2. Is de creatio continua wel in strijd met de Christelijke geloofsovertuiging? Antwoord: De hypothese van een verandering van de stand der aardas ten opzichte van de ecliptica is wel eens gelanceerd, maar er zijn geen argumenten voor de juistheid van deze onderstelling. Spr. acht de creatio continua niet in strijd met de Christelijke geloofsovertuiging. Hij wijst in d i f v e r b a n d op de leer van het cretianisme, die de meeste Gereformeerde theologen aanvaarden en die ook wijst op een voortgaande schepping. Dr R. L. Krans vraagt n.a.v. de veronderstelling, dat in supernova kernopbouw plaats vindt, hoe men hiermee een opbouw tot aan u r a nium kan verklaren. Hoe komen er dan zoveel atomen van elementen met kernmassa voorbij ca. 50, dus voorbij het maximum aan verbindingsenergie? Prof. Coops wijst er op, dat, als er zoveel energie beschikbaar komt bij |de opbouw, men toch verwachten kan, dat er ook atoomkernen voorbij dit maximum gevormd worden. Dr Krans stemt dit toe, maar meent dat er dan verband moet zijn tussen de veelvuldigheid van het voorkomen dezer elementen en de verbindingsenergie. Dr Krans vraagt voorts naar de tegenstelling, die de spreker aan het slot van zijn voordracht gemaakt heeft tussen de gegevens van de telescopen en van de Openbaring. De openbaring komt tot ons door middel van zintuigen, d.i. van „natuurkundige instrumenten". Geeft Dr S. aan het ene physische instrument, het oog, de voorkeur boven de telescoop? Waarom? Men kan toch niet zeggen, dat de opvattingen van Hoyle voor een Christen onaanvaardbaar zijn. Antwoord: Spr. geeft toe, dat het ontstaan van zware atomen veel moeilijker is te verklaren dan de opbouw van lichte, maar hiervoor is toch wel een theorie gegeven. Bovendien worden de onderzoekingen op dit gebied nog verder voortgezet. Naar aanleiding van de tweede vraag van Dr Krans licht de spreker toe, dat hij slechts heeft willen zeggen, dat het feit der schepping voor ons vaststaat, onafhankelijk van de uitkomsten der natuurwetenschap, omdat het gefundeerd is op Gods Openbaring. 13. De voorzitter dankt Dr Schouten voor zijn zeer interessante voordracht. Hij brengt daarbij in dankbare herinnering vergaderingen der vereniging in vroeger jaren, waar Dr Schouten ook reeds verscheidene malen een referaat heeft gehouden. Na de rondvraag sluit de voorzitter de vergadering. W. T. P. NIJENHUIS, Secretaris. VERGADERING
OP ZATERDAG 26 MEI 1951, IN HET PARKHOTEL TE AMSTERDAM, 2.15 UUR N.M. 1. De voorzitter opent de vergadering met het lezen van een gedeelte uit Colossencen 11. 2. De notulen van de vergaderingen op 10 Dec. 1949 en 13 Mei 1950 worden zonder wijziging goedgekeurd. 3. Bericht van verhindering is ingekomen van de H.H. Prof. Coops, Prof.Forbes, G. v. d. Meer en H. C. Kranenburg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's