Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 200

2 minuten leestijd

176

Dr G. A. LINDEBOOM

waar het gezondheid en geluk van mensen geldt (en van het 606 maken we dankbaar gebruik!) — het is wel zeker, dat in Amerika ontzettend veel tijd wordt besteed aan een geestdodend experimenteel „screenen", veelal door de industrie gefinancierd. Ongetwijfeld zal men zo nu en dan op belangrijke resultaten stuiten, en ook dit werk moet worden gedaan, — maar de grootste ontdekkingen kwamen tot nu toe niet zelden toch uit den geest van verlichten of door een idee bezetenen, die niet voorbij gingen aan een waarneming, door velen misschien reeds gedaan, of die hun moeizaam denken deden uitlopen op een scherp gestelde vi'aag aan de natuur. „C'est l'esprit préparé qui trouve". Bacon's heenwijzen op de inductieve methode is dan ook op de natuurwetenschap niet van beslissende invloed geweest. Hij heeft zelf geen enkele ontdekking gedaan, en er is er ook geen bekend, die door zijn inductieve methode is gevonden. Het is hier niet de plaats te onderzoeken in hoeverre de inductie het moderne wetenschappelijke denken typisch karakteriseert in vergelijking tot andere perioden. Slechts mag er aan herinnerd, dat de medico-historicus Baumann i3) jn het inductieve denken niet het kenmerk ziet, dat de moderne wetenschap van de oude onderscheidt. Al denkt hij misschien vooral aan de geneeskunde, zijn gedachtengang is toch te belangrijk om haar niet even weer te geven. Hij wijst er op, hoe de oudheid en ook nog artsen in de 17de eeuw zich spoedig tevreden stelden met de conclusio per analogiam, de verklaring per analogie. De moderne wetenschap eist een causale verklaring; het kind en de minder ontwikkelde is, geplaatst tegenover een in wezen onbekend gebeuren, reeds voldaan, indien een voorstelling wordt geboden door vergelijking met een min of meer alledaags gebeuren. Er is dan geen behoefte aan een nadere analyse en onderordening onder een meer omvattende groep van elementaire feiten. In de voortschrijdende ontwikkeling van het wetenschappelijk bewustzijn wordt een causale verklaring echter imperatief nodig geacht, en de „conclusio per analogiam" als ten ene male onvoldoende ter zijde geschoven. „Hierin," zo zegt Baumann, „en niet in de invoering in de wetenschap van de inductieve methode, of het objectieve onderzoek en de objectieve beschrijving, met opgave der vrij zwevende speculatie, meen ik dan ook het typische principiële onderscheid tussen het moderne en vóór-moderne denken te (h)erkennen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's

1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 200

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's