1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 167
Dr ABRAHAM KUYPER EN DE NATUURWETENSCHAP
147
opvattingen op natuurwetenschappelijk gebied moet toekennen, zal een vakman geneigd zijn allereerst met afschuw te wijzen op zijn theoretische luchtkastelen en zijn mening over de verhouding van natuurwetenschap en geestelyke wetenschap. Naar ik geloof, ten onrechte. Deze dingen nemen in het geheel van zijn beschouwingen een minder belangrijke plaats in omdat zij, naar mijn mening, een uitvloeisel zijn van zijn persoonlijke geaardheid en niet de grondslag raken. Terwijl hij waarneming en experiment principieel als noodzakelijk beschouwde omdat dit „Gods weg" was, bracht zijn natuurlijke aanleg hem er toe om ze als een noodzakelijk kwaad te beschouwen, als effectieve, maar laagstaande hulpmiddelen om zo spoedig mogelijk te komen tot de grote lijn, de alles omvattende theorie. Inzake het fundament blijft het zijn verdienste met klem gewezen te hebben op het Openbaringskavaktei van de natuur, waardoor de bestudering daarvan wordt uitgeheven boven het niveau van een liefhebberij of een beroep zonder meer. Zij draagt naar zijn mening het karakter van dienst, aan God en aan de naaste, en zij heeft zin omdat zij als studie van Gods Openbaring ons nader tot de waarheid brengt. Om deze redenen meent Kuyper dat we de problemen die zich voordoen bij het onderzoek van Bijbel en natuur niet mogen dood zwijgen. Doen we dat toch, dan wordt de eenheid van conceptie) in ons leven, en onvermijdelijk ook in dat van onze mede-christenen, verbroken. Hij heeft begrepen, dat natuurwetenschappelijke feiten nooit met het geloof strijden, maar het integendeel steunen, wanneer men ze aanvaardt om Godswil. Hij stond hierin sterk, omdat hij hel ondei scheid kende tussen Gods Openbaring in natuur en Schriftuur, en beider „souvereiniteit in eigen kring" heeft gezien. Waar de feiten spreken heeft de speculatie afgedaan, ook de speculatie op grond van Bijbelse gegevens. Hierin is Kuyper niet altijd consequent geweest. Dat hij de letterlijke opvatting van het scheppingsveihaal als de waarachtige aanvaardde, kan men hem, gezien de geringe kracht van de „bewijzen" voor de evolutie-theorie, niet als fout aanrekenen, maar wel is het de vraag, of bij zijn bestrijding van de descendentie der soorten, het geloof aan een bepaalde exegese niet het geloof aan de Schrift zélf doorkruiste. In deze weg dreigt de Bijbel te worden gedegradeerd tot handboek der natuurwetenschappen. Deze opvatting vindt men niet in zijn ,,Evolutie", wel in zijn ,,Locus de Crea-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's