Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 189

2 minuten leestijd

METHODE EN TAAK DER WETENSCHAP BIJ FRANCIS BACON *) door Dr G. A. LINDEBOOM

INLEIDING Min of meer oppervlakkig hebben wij enige kennis van de ontwikkeling van het geestelijk leven en het denken van de West-Europese mensheid. We onderscheiden daarin perioden, waaraan bepaalde kenmerken worden toegekend. We dateren de voorname verwervingen en weten iets van de grote figuren. Maar wat weten we eigenlijk van de diepere krachten, die het denken telkens in een andere richting stuwt, zijn stroom vertraagt of opdrijft tot groter versnelling? Worden zij gewekt door de grote denkers, die een geheel tijdperk stempelen met hun eigen geestesmerk, of zijn soms die denkers groot, omdat ze onder woorden brengen, wat bij vele anderen reeds half bewust leeft, en zijn zij misschien meer de exponent van een geestelijke stroming, dan de scheppers daarvan? De Middeleeuwers hadden geleefd in een soort synthese van Natuur en Genade. De Renaissance wendde zich met open armen naar de natuur, zonder veel behoefte te gevoelen aan de genade, die als het ware opgenomen, ingezogen werd door de Reformatie. Toch was ook daar nog zoveel hernieuwd gevoel voor de natuur als Gods Schepping, dat weldra uit beide kringen van leven en denken een krachtige drang kwam tot natuuronderzoek in wetenschappelijken zin. De opbloei der natuurwetenschap in de 16de en 17de eeuw was hiervan het gevolg. In de phase van het ontluiken van dien bloei staat Francis Bacon, de pleiter voor een vernieuwing der wetenschap, die zich zelf geproclameerd heeft tot de inaugurator van een nieuwe methode van natuuronderzoek, vol van de rijkste beloften. Was hij dat werkelijk? Wats hij een drijver of een gedrevene, een creatieve denker of een geest, in wien de lading van den tijdgeest een vonk van verlichting deed ontspringen? *) Voordracht, gehouden voor de Christehjke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen, in de vergadering van 26 Mei 1951, te Amsterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's

1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 189

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's