1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 194
170
Dr G. A. LINDEBOOM
heden tot een meer algemene stelling (axioma) op. Zij moet methodisch worden beoefend. Het beperkte menselijk verstand kan dit niet zonder het hulpmiddel van schrijfstift en papier. Men moet namelijk, om langs dezen weg iets uit te vinden, enige lijsten of tabellen maken, waarin de feiten planmatig worden gegroepeerd. De eerste is een tabel van essentie en presentie, een lijst van positieve gevallen, waarin een verschijnsel, dat nader moet worden bestudeerd, aanwezig is, tegenover ene van deviatie of absentie, waarin het ontbreekt, om dan in een tafel van graden of vergelijking de graduele verschillen aan te tekenen. Zo nodig notere men als praerogatieve instantie nog de gevallen, die een sprekende betekenis schijnen te hebben en bijzonder leerrijk zijn. Als voorbeeld geeft Bacon dan een onderzoek, dat ons minder toespreekt, namelijk naar den vorm van de warmte. Hij sluit zich hier toch weer aan bij Aristoteles, en doelt bij den vorm van de warmte op de forma substantialis, de vormoorzaak, het wezen. In de voorlopig 27 nummers tellende lijst van aanwezigheid van warmte noemt hij zonnestralen, bliksems, vlammen, wollen stoffen, dierlijke warmte, broeiend hooi en mest. In de tabula absentiae komen onder andere voor maanlicht en sterrclicht; in die der graden o.a. de toeneming der animale warmte bij inspanning en koorts. Hij sluit verder uit, dat de warmte alleen van aardsen oorsprong is, „vanwege de zonnestralen", dat ze alleen van hemelsen oorsprong is, „vanwege het gewone vuur", dat ze door ijlheid zou ontstaan, „vanwege de grote warmte van gloeiend goud" enzovoort. Hij voelt wel, dat in al deze vaststellingen fouten onvermijdelijk zijn, maar raadt nu tot een eerste wijnlezing (vindematio prima), het opmaken van een voorlopig resultaat. En zo komt Bacon tot een, later nog verder te bewijzen, stelling, dat warmte een soort van beweging van de kleinste deeltjes der lichamen is, expansief en naar boven gericht - een wel is waar opmerkelijk resultaat, maar dat, goed beschouwd, toch niet door een studie der tabellen kan zijn verkregen. In zijn uitvoerige verdere beschouwingen beschrijft hij o.a. het experimentum crucis (van den handwijzer). Als men tussen twee oorzaken van een verschijnsel weifelt, moet men een proef bedenken, waarbij de ene geheel is uitgesloten. Als men bijvoorbeeld moet beslissen, of de zwaarte een hoedanigheid der lichamen is, die hun naar de Aristotelische voorstelling, op zich genomen, toekomt, of het gevolg is van de aantrekking der aarde, dan moet men een klok.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's