Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 163

2 minuten leestijd

Dr ABRAHAM KUYPER EN DE NATUURWETENSCHAP

143

1. Aannemende, dat de ontwikkeling inderdaad heeft plaatsgegrepen zoals Darwin het voorstelde, heeft men nog niets gezegd over de Eerste Oorzaak. De biologische evolutietheorie behoeft niet in strijd te zijn met de religie in het algemeen; 2. Het Darwinisme gaat daarom te ver, als het zijn werkhypothese verheft tot een materialistisch-monistische leer. Daardoor worden de feiten en het daarbij aangepaste dogma, dat als beslist anti-christelijk moet worden verworpen vereenzelvigd. Streng-logische deductie uit onloochenbare feiten is aanvaardbaar, maar de ineenstrengeling met een bepaalde filosofie tot een systeem vereist toetsing aan eigen grondbeginselen. 3. Hij wil de feiten gaarne aanvaarden, en spreekt ook uit, dat de wetenschap zeer terecht gedreven wordt door een zucht naar het algemene. Zij kan en mag niet bij het bijzondere blijven staan, en als zij voortschrijdt is dat een aanmerkelijke vooruitgang vergeleken bij vroeger : „ . . . . de gangbare voorstelling onder het publiek stelde zich tevreden met een mystiek-tooverachtige idee van het ontstaan der dingen, waaraan alle diepere opvatting ontbrak." (15) Hij meent aan het Darwinisme dank verschuldigd te zijn, omdat daardoor natuuronderzoek is gesteld in de plaats van speculatie, omdat het de vraag naar het ontstaan der organische wereld naar voren heeft gebracht en met behulp van wetenschappelijk onderzoek naar een antwoord heeft gezocht. Hij is echter van mening dat: a. Het Darwinisme niet de enig mogelijke werkhypothese geeft, die aan de feiten recht doet wedervaren ; b. men daarom op wetenschappelijke gronden niet het recht heeft, iemand die aan de letterlijke opvatting van het Bijbelverhaal vasthoudt, te verketteren en buiten het koninkrijk der wetenschap te sluiten. Over de waarde van Kuypers natuurwetenschappelijke argumenten ten aanzien van de evolutie, toen en nu, ben ik niet tot oordelen bevoegd. Gaarne laat ik daarom het oordeel over aan één van zijn tijdgenoten uit het kamp der tegenstanders : Professor Hubrecht, hoogleraar in ,de biologie te Utrecht. Deze wijdde in „De Gids'" een bespreking aan het boek van Hugo de Vries : „Die Wutationstheorie", waarin hij ook Kuypers oratie ter sprake bracht. Hij is

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's

1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 163

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's