1951 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 198
174
Dr G. A. LINDEBOOM
doen geloven. Bij ontleding van haar formele structuur vinden de verworpen syllogistische figuren er immers ook een plaats in. Claude Bernard, die de moderne experimentele physiologic vestigde, stelt in zijn klassiek werk: Principes de Médecine expérimentale 8) vast, dat ook de natuuronderzoeker bepaalde vormen van syllogisme in zijn wetenschappelijke overdenkingen bezigt. De wetenschap schrijdt van bekende gevallen voort tot een nog niet bekend beginsel. Dit wordt in den vorm van een stelling geponeerd, een gevolgtrekking wordt gemaakt, en door passende waarneming of proef geverifieerd: zo wordt de stelling bewezen. Claude Bernard spreekt hier van een dubitatief syllogisme, waarin de propositie niet anders is dan een verklaring van de bekende gevallen, door een veronderstelling, die verder fungeert als een idee précon9ue. De gang van het wetenschappelijke natuuronderzoek is immers van de waarnemingen, samengevoegd tot ervaring, naar een idee, welke door andersoortige waarneming of opzettelijk gearrangeerde proefneming wordt getoetst. De wetenschappelijke proef is een vraag aan de natuur, waarop het antwoord des te duidelijker wordt gegeven, naarmate de vraag scherper is gesteld, dat wil zeggen; naarmate de proef beter is ondernomen. Naast de geoefendheid van den waarnemer is de opzet van het experiment beslissend. Deze is afhankelijk van de hypothese. De hypothese is niet maar een lukrake gissing naar de waarheid, maar een gissing op grond van rationele overwegingen, ze bevat een element van generalisatie en van twijfel. Zij is soms de vrucht van een lang en moeizaam wetenschappelijk werk, waarin langs deductieven weg tot de beslissende proef wordt geconcludeerd. Soms ook ontspringt zij niet aan het discursieve, maar aan het intuïtieve denken in het brein van een onderzoeker, die, geboeid door het vraagstuk, zich veel ervaring heeft eigen gemaakt en zijn geest aldus heeft toebereid. Het is nu in de hypothese, dat dikwijls voor het eerst een nieuw principe naar voren treedt in een conceptie, die straks leidt tot tal van nieuwe ontdekkingen. Het is merkwaardig, hoe dikwijls de hypothese niet aan het einde van een discursieven gedachtengang staat, maar, als vrucht van het onderbewuste denken of de intuitieve aanschouwing, soms juist naar voren treedt in ogenblikken van een bewustzijnstoestand, gelegen in de zone tussen slapen en waken. De hypothese wordt den onderzoeker soms in een ogenblik van verlichting, een begenadigd moment gegeven, en als een geschenk aanvaard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 224 Pagina's