1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 69
RONDBLIK
53
RONDBLIK EEN TOESPRAAK VAN DE PAUS OVER DE MODERNE COSMOLOGIE. Meermalen is in ons tijdschrift de aandacht gevestigd op de merkwaardige kentering in de cosmologische inzichten, die zich de laatste halve eeuw heeft voltrokken. In het begin van deze eeuw, toen de meeste astronomen en physici het monisme aanhingen, werd zelfs met de mogelijkheid van een schepping niet gerekend. Er werd hoogstens over gespot. Thans is dat alles veranderd. Vele beoefenaars van de cosmologie zijn nu van mening, dat het heelal een paar milliard jaar geleden geschapen is, en andere oordelen, dat alleen een creatio continua een aannemelijke verklaring van de waarnemingen geeft. Men mag de schepping, die de astronomie en de physica thans leren, niet zonder meer identificeren met wat ons in de Openbaring over de oorsprong van de wereld wordt meegedeeld. Ook hebben we er ernstig bezwaar tegen, als men wat de H. Schrift leert, zou willen geloven op grond van de resultaten der natuurwetenschap. Maar toch is er reden ons te verheugen over de verandering in het wetenschappelijk denken. Ook in andere kringen heeft deze de aandacht getrokken. De Paus heeft daar uiting aan gegeven in een toespraak die hij in November j.l. hield bij de aanvang van het 304de cursusjaar van de Pauselijke Academie van Wetenschappen. In de Nw. Rott. Courant van 24 November 1951 troffen we het volgende verslag van deze rede aan. „De moderne wetenschap — aldus de paus — heeft met concrete, natuurkundige bewijzen de verbondenheid van het heelal bevestigd, alsmede de goedgefundeerde deductie wat betreft het tijdperk, waarin de kosmos uit de handen van de Schepper is voortgekomen. Voorts verklaarde hij, dat het bestaan van God, dat „zo onontbeerlijk voor het leven van ieder mens" is, bevestigd werd door „iedere verdieping en vooruitgang van de wetenschap". De paus wees er op, dat, dank zij het exacte en gedetailleerde onderzoek in de makrokosmos en de mikrokosmos, de moderne wetenschap aanzienlijk bijdraagt tot de verbreding en verdieping van de empirische grondslag, waarop het bewijs voor het bestaan van God, dat gebaseerd is op de veranderlijkheid van de kosmos, berust en waaruit zij het bestaan van een onveranderlijk ,,ens a se" (op zichzelf staand wezen) concludeert. De kennis van God als enige Schepper, aldus de paus, die thans gedeeld wordt door vele moderne geleerden, is inderdaad de uiterste grens, welke de menselijke rede kan bereiken. Niettemin, zoals u duidelijk zal zijn, vormt zij niet de laatste grens van de Waarheid. In harmonieuze samenwerking, omdat alle drie instrumenten zijn van de Waarheid, beschouwen wetenschap, philosophie en met nog meer recht, de Openbaring het wezen van deze Schepper en zijn werken. Maar voor alles maakt de Openbaring Zijn aanwezigheid direct, levend en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's