Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 60

3 minuten leestijd

44

Dr A. L. JANSE DE JONGE

bracht te hebben, is de glorie en het geheim van de Kerk. S e h op e n h a u e r's leven en anthropologie lijden hier schipbreuk. Het is geen verwarring van terreinen, wanneer we de Goddelijke liefde en de menselijke eros beide hier in het geding brengen. Op bijzondere wijze openbaart zich het onvermogen van de pessimist tot liefde in het oordeel over de verhouding van man en vrouw. Naar de overtuiging van S c h o p e n h a u e r houdt de liefde haar woord niet. Hij begint met hoge eisen te stellen aan de liefde, maar deze worden niet vervuld, en steeds meer raakt hij overtuigd van het illusionair karakter der liefde. Ook hier weer raken we een kernpunt van het pessimisme, als visie op de wereld. De wereld draagt voor hem in al haar verschijningsvormen steeds meer een illusionair karakter. Dit geldt zowel voor de liefde, als voor de kunst, de religie en de wetenschap. Alle levensterreinen worden door hem onderworpen aan het steeds intensiever proces van desillusionering. De illusie wordt hem ook hier weer tot een obsessie en steeds meer geeft hij zich over aan de illusie, de illusies te ontmaskeren. Het is een noodzakelijke wet van de liefdeloosheid, welke zij ten einde toe te lopen heeft. Daar waar men zich aan de illusie overgeeft, het beter te weten, het beter te zien dan de werkelijkheden van het leven het aan ons openbaren, daar zal de liefde uit het leven wijken. Zo zien we in anthropologische zin een merkwaardige éénheid voor ons opdoemen van oppervlakkig gezien zeer heterogene bestanddelen. Er is de liefde tot de waarheid, tot de werkelijkheid, maar ook die tot de vrouw en ook die tot God, welke niet één zijn, maar welke wel een samenhang vertonen en een eenheid vormen, die het pessimistisch begrip te boven gaan. Waar de liefde tot de moeder schipbreuk geleden heeft, daar zal ook de liefde tot de vrouw en tenslotte de liefde tot de waarheid en de werkelijkheid gedeformeerd worden. Het pessimistisch oordeel omtrent de liefde oordeelt het pessimisme. De menselijke conditie is zonder liefde niet denkbaar. LITTERATUUR : Bahnsen, Jul. — Beitrage der Charakterologie, 1932. — Wie ich wurde, was ich ward, 1905. Hartmann, E. v. — Zur Geschichte und Begründung des Pessimismus, 1890. Jaspers, K. — Psychologie der Weltanschauungen. Kierkegaard. S. — Angst. Kohier, F. —• Schopenhauer u. das Wesen des Pessimismus und Optimismus, 1926. Leopardi, G. — Gedanken, 1922. Lersch, Ph. — Aufbau der Person, 1951, blz. 282. Paulsen, F. — Schopenhauer. Hamlet. Mephistopoles. 1926. Stenderhoff, F. — Zur Psychologie des Pessimismus. Ztschr. f. a. Ps. bd 62 en 63. Windelband, W. — Pessimismus u. Wissenschaft. Praeludien II. 1924.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 60

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's