Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 53

3 minuten leestijd

PSYCHOLOGIE VAN HET PESSIMISME

37

men hier het pessimisme van de zwaarmoedigen, dis mismoedigen en de wankelmoedigen. Alle drie hebben zij als voornaamste kenmerk, dat het toekomstbeeld afgesloten is en dat zij in een geïsoleerde wereld komen te verkeren. Vaak noemt men de echt depressieve een pessimist, omdat hij meer dan anderen leeft in deze afgeslotenheid en perspectiefloosheid. Bij de melancholische patiënt kan men echter daarom meestal niet van een volgroeid pessimisme spreken, omdat het resignerend karakter op de voorgrond staat. De zwaarmoedige raisonneert niet meer, hij ontwerpt geen wereldbeeld meer, dat een werkelijk afgesloten karakter draagt. Zulks in tegenstelling tot de mismoedige pessimist. Op dit terrein van de mismoedigheid ontmoeten we de reeds genoemde figuren als S c h o p e n h a u e r en B a h n s e n. Het belevingsbeeld van deze mismoedigen is veel meer geladen met een innerlijke afweer, gespannenheid, onzekerheid en tenslotte ook met verveling. De zwaarmoedige verveelt zich niet, voor hem glijdt de tijd vluchtig door zijn vingers heen. De mismoedige kent bij uitstek de verveling. L e o p a r d i schijft: „Thans is het zover, dat de verveling, die eerst slechts als een last op mij drukte, mij gaat pijnigen. Ontzettend is deze leegte van alle dingen en het menselijk bestaan". Het leven in de verveling draagt voor hem een zeer bijzonder karakter. Het is aan de ene kant een voortdurende pijniging, aan de andere kant is het hem de voortdurende openbaring van een leegheid, welke hem met wellust vervult. Een merkwaardige antinomische structuur van leegte en volheid ligt in deze verveling besloten. Voor de buitenstaander komt deze antinomische structuur tot uiting in de waarneming, dat de pessimist in bijzondere mate gehecht is aan zijn visie. Wel leert het consequente pessimisme de berusting en het quietisme, maar dit neemt niet weg, dat in de belevingswereld van het pessimisme juist deze antinomische spanning een voortdurende activiteit verwekt. B a h n s e n bericht van zichzelf, dat hij in hoge mate geobsedeerd werd door de reflexie. Deze reflexie is als het ware de weerspiegeling van de bovengenoemde antinomische structuur. De pessimist graaft zich in in een levenstotaliteit, die voor hem een dwangmatig karakter zal dragen en die op de buitenstaander de indruk maaktt van Grübeln en piekeren. Voor B a h n s e n was deze reflexie de eigenlijke weg tot het nihilisme. In het autistische zichzelf beschouwen en zich losmaken van datgene, wat de wereld beweegt, beleeft hij in zeer oorspronkelijke zin de eigenlijke dynamiek van het solitaire mens zijn. Het zichzelf genoeg zijn komt in een uiterste introversie hierop neer, dat de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 53

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's