1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 90
70
Dr P. GROEN
hydrodynamica opklimmen naar een volgend niveau van gecompliceerdheid, waar we de leer van de turbulentie en de turbulente uitwisseling aantreffen en daarmee al aardig in de richting van het geophysische gaan. We zien uit het voorgaande duidelijk, dat ook de algemene natuurkunde zelf een structuur in verdiepingen heeft; haar theorieën liggen op verschillende niveaus. Als we ter illustratie nog even de klassieke hydrodynamica in het oog vatten en we vergelijken die met de statistische mechanica of de kinetische gas-theorie, dan zien we, dat eerstgenoemde opereert met afgeleide grootheden, ontstaan a.h.w. door het uitsmeren van de in feite korrelige structuur van de onderhavige materie tot een continuum. De hydrodynamica interesseert zich niet voor de allerfijnste details van de verdeling der materiële eigenschappen in ruimte en tijd en opereert daarom met een gladgestreken beeld en met gladgestreken grootheden. Inmiddels zijn er dikwijls — en vooral in het geophysische is dit schering en inslag — hydrodynamische situaties, die ook na deze uitsmering van de korrelstructuur nog zó gedetailleerd van patroon zijn, dat het zaak is nóg eens glad te strijken. En zo krijgen we dan een andere hydrodynamica, die op een hogere trap van „integratie" ligt en die met begrippen werkt, die in nóg weer hogere orde a f g e l e i d e begrippen zijn : gemiddelde drukken, snelheden enzovoort, effectieve turbulente viscositeiten, dito diffusiegrootheden, enzovoort. Terwijl dus deze ,,omgewerkte" hydrodynamica enerzijds logisch bij de algemene natuurkunde aansluit, is zij anderzijds de verbindingsschakel bij uitnemendheid met de geophysiche wetenschappen, althans met grote en karakteristieke onderdelen daarvan, met name van meteorologie en oceanografie. We zijn hier ongemerkt van de kwestie van het onderscheid naar die van de banden tussen de algemene natuurkunde en de geophysische wetenschappen overgegleden. Uiteraard zijn die banden vele en velerlei — daarvoor vormen zij te zeer in hoger verband een eenheid. En dit eenheidsverband is maar niet zodanig dat de geophysica op de natuurkunde gegrondvest is en alleen maar een soort toegepaste natuurkunde is. Neen, de algemene natuurkunde kan óók van de geophysica leren ! Een van de beste voorbeelden ligt juist op dat terrein van de turbulentie-hydrodynamica, waarover wij zoeven spraken. Deze is enerzijds vooral voor de meteorologie en de phys. oceanografie van het meest vitale belang, anderzijds heeft zij zelf het allergrootste belang bij dat onderzoek van atmosfeer en zeeën, daar deze theorie nergens zo veel kan leren als juist daar, waar de turbulentie zowel op kleine schaal voorkomt als op zó onmetelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's