Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 54

3 minuten leestijd

38

Dr A. L. JANSE DE JONGE

innerlijke leegte gevuld wordt met de beleving der leegte. De uiteindelijke paradox van deze karakterologische structuur is, dat het pessimisme hier overslaat in een nihilisme, een nihilisme echter van diep invretende obsessie. Naar buiten toe openbaart de pessimist zich als de toeschouwer, de aesthetische mens van K i e r k e g a a r d . Ook K i e r k e g a a r d zelf wist van deze geheimzinnige afgenoegzaamheid en afgeslotenheid. Niet voor niets streed hij tot het uiterste tegen de speculatieve Hegeliaanse aléénheid en afgeslotenheid. In deze strijd heeft hij positie gekozen tegenover de aesthetische mens en daarin zichzelf gered. De verwoestende kracht van de reflexie als drijvende factor in het pessimisme heeft zich echter wel tot in het extreme kunnen openbaren in de reeds genoemde figuren. Karakterologisch zien we dus bij de pessimist een extreme belevingsmogelijkheid van de antinomische structuur van volheid en leegte. In de terminologie van J u n g kunnen we spreken van een excessieve introversie. Deze naar binnen gekeerdheid mag men echter geenszins verwarren met een autistische improductieve verstarring van de schizophreen. Ook K r e t s c h m e r wees er op, dat bij vele schizoïden het beeld voor de geest rijst van Italiaanse huizen: van buiten zien ze er stijf en doods uit, maar van binnen worden feesten gevierd. Dit feest, dat gevierd werd in het innerlijk van S c h o p e n h a u e r , droeg een macaber en sinister karakter. Hij zelf beschouwde zijn belevingsmogelijkheid als zeer intensief en het is ook wel in zijn latere werken gebleken, dat deze mens in zijn antinomische worsteling een scheppende kracht bezeten heeft. Karakterologisch gaat het dan ook niet aan de verschillende vormen van pessimisme onder één noemer te brengen. We hebben reeds de onderscheiding genoemd, die te maken valt tussen de zwaarmoedigen, de mismoedigen en de wankelmoedigen. S t e n d e r h o f f heeft er op gewezen, dat er echter wel een bepaalde karakterologische dominante te bespeuren valt in het ingewikkelde levenspatroon van de pessimist. Hij ziet deze dominante in de zogenaamde beoordelende houding ten opzichte van de wereld. In deze beoordeling wordt ontkend, dat de wereld en daarin de verschillende levensverhoudingen waarde hebben en het is deze ontwaardende functie van het pessimisme, welke steeds weer in het middelpunt van het karakterologisch patroon te bespeuren valt. Deze dominante overheerst inderdaad het levensveld van de pessimist, dat wil zeggen, dat alle karaktereigenschappen in meerdere of mindere mate mede bepaald worden door de affiniteit, welke zij ten opzichte van deze dominante vertonen. Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat het bovengenoemde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 54

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's