1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 51
PSYCHOLOGIE VAN HET PESSIMISME
35
het besef van zekerheid als dat van alomvattendheid. Wat deze beide kenmerken betreft, is deze vorm van pessimisme te vergelijken met de psycho-patholigische structuur van de waan. L e r s c h heeft aan deze onderscheiding van persoonlijk en universeel pessimisme nog de kenmerken van resignerend en raisonnerend vastgeknoopt. Voor hem is dan de zaak zo gelegen, dat het persoonlijke pessimisme meer een berustend karakter draagt, terwijl het universele pessimisme gekenmerkt is door een sterke behoefte tot redeneren en overwegen. Uit de aard der zaak is deze onderscheiding slechts gedeeltelijk bruikbaar. Nemen we een figuur als S c h o p e n h a u e r en B a h n s e n als voorbeeld, dan zien we, dat de beide elementen van persoonlijk en universeel pessimisme door elkaar vloeien. In feite is het meestal zo, dat in de levensgang en de ontwikkeling van de grote pessimisten het persoonlijk gekrenkt zijn en het resigneren aanvankelijk op de voorgrond treedt, terwijl later het systeem van levens- en wereldbeschouwing wordt uitgebouwd tot een universeel pessimisme. Dit hangt onder meer hiermee samen, dat gebleken is, dat bij deze mensen als het ware een houding, die in de puberteit ontstaan is, in hun verdere leven gecontinueerd wordt en de verdere ontplooiing van de levensmogelijkheden in hoge mate belemmert. Langzamerhand ziet men dan de behoefte ontstaan, om al datgene, wat zich aan de blik van deze mensen voordoet, binnen het kader van het pessimisme te ordenen. Er ontstaat als het ware een wellust, die er op gericht is om alle levensverschijnselen te reduceren tot een pessimistische totaliteit. Het is met name deze wellust, die door B a h n s e n in zijn autobiographic „Wie ich wurde, was ich ward", op zeer indringende wijze beschreven is, welke ons op het spoor van psychogenetische en karakterologische samenhangen kan brengen. In een kort overzicht willen we achtereenvolgens de karakterologische, psychogenetische en de anthropologische wortel van het pessimisme omschrijven. HET KARAKTEROLOGISCH ASPECT. P a u l s e n schrijft in zijn biographie over S c h o p e n h a u e r , dat hij niet gelooft, dat er één geval bestaat, waarin men de invloed van het affect op het denken beter kan bestuderen dan bij S c h o p e n h a u e r . Ook B a h n s e n heeft van zichzelf aangegeven, dat hij reeds vroeg getroffen was door de opmerking van T r e n d e l e n b u r g , waar deze zegt, dat er nu eenmaal mensen bestaan, die altijd weer de voorkeur aan een negatief oordeel geven. S c h o p e nh a u e r's moeder schrijft hem, dat ze er geen bezwaar tegen heeft,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's