1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 85
PLAATS EN TAAK DER GEOPHYSISCHE WETENSCHAPPEN *) door Dr P. GROEN
Het is goed, wanneer een natuuronderzoeker bij tijd en wijle, of zij 't ook slechts een enkele maal, terugtreedt van zijn dagelijkse werk, eens enige afstand ervan neemt en in gedachten zijn oog laat gaan over het grotere geheel van onderzoekingsrichtingen, waai'van zijn speciale richting er een is. Dat meer omvattende geheel van natuurwetenschappelijke onderzoekingsrichtingen zouden we, om op een ander beeld over te schakelen, kunnen vergelijken met een groot gebouw, of met een complex van gebouwen. Welnu, het is goed wanneer iemand die hier werkt deze gebouwen eens op een afstand gaat bezien, zo mogelijk zelfs op een heuvel klimt en zijn oog over het geheel laat gaan en dan zijn eigen werkkamer in dit geheel opzoekt. Het zal hem goed doen; het zal hem de proporties, het zal hem ook de relaties en verbindingen beter doen zien, die er tussen de verscliiilende vertrekken, verdiepingen, vleugels en gebouwen van het gehele complex bestaan. Het zij mij daarom vergund thans met U een blik te slaan op de dusgenaamde geophysische wetenschappen en op de bijzondere verbanden, die hun rol en betekenis tegenwoordig bepalen. Om de plaats van enige wetenschap in het geheel der natuurwetenschappen te overwegen, dienen wij ons eerst eens af te vragen wat onder „natuurwetenschappen" te verstaan zij. Te zeggen, dat deze die wetenschappen zijn, die de natuur als veld van onderzoek hebben, maakt ons niet veel wijzer, want — wat is „de natuur"? Beter lijkt het, de natuurvi^etenschappen te definiëren als die takken van wetenschap, die de niet specifiek-menselijke aspecten van de kosmos tot veld van onderzoek hebben. Wij zouden wellicht een ogenblik geneigd kunnen zijn als veld van onderzoek der natuurwetenschappen eenvoudigweg de drie rijken van het niet levende, de planten en de dieren te stellen, doch dan zouden wij uit het oog verliezen, dat de dingen en de planten en de dieren ook functies hebben, die niet tot het veld van onderzoek der natuurwetenschappen *) Openbare les, uitgesproken op 1 November 1951 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's