1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 59
PSYCHOLOGIE VAN HET PESSIMISME
43
tegenover zichzelf, maar ook tegenover God, wanneer hij juist het diepste in God's schepping afwees en nietig verklaarde. Het is van een merkwaardige en ontwapenende ironie te zien, hoezeer deze vervloeking van S c h o p e n h a u e r op zijn eigen hoofd is teruggekeerd. Hij mocht enigermate de hoop koesteren, dat zijn visie uiteindelijk zou triumpheren, het is wel steeds duidelijker geworden, hoe een dergelijk isolationistisch pessimisme tenslotte door de mensheid niet meer geaccepteerd wordt. De Schrift, die met erbarmen over de mens spreekt, is actueler dan ooit. S c h o p e n h a u e r , die met verachting over de mens spreekt, is uit de tijd. Het pessimisme als zodanig heeft geen toekomst. Het zal die toekomst ook nooit hebben, omdat zij zelve reeds teken is van een afgeslotenheid van de wereld. Noch een pseudo-calvinistisch grauwen en snauwen over de mens, noch een laat-romantisch verwensen van het menselijk leven heeft toekomst. Dat het geen toekomst heeft, is niet maar toevallig. We kunnen het 't best wellicht zo zeggen, dat in het pessimisme zelf alle toekomstvrees is afgesneden en dat het daardoor zichzelf ook als levensen wereldbeschouwing van de toekomst afsnijdt. Het pessimisme leeft als wereldbeschouwing in het ogenblik. Het kan geen vat krijgen op de toekomst en wendt zich af van het verleden. Het is hierin dezelfde structuur toegedaan als de neuroticus. Evenzeer als bij de neuroticus, treffen we echter ook bij de pessimistische levensbeschouwing het merkwaardige feit aan, dat dit ogenblik niet geladen is met warmte en realiteit, maar dat het veel meer beleefd wordt als een opheffing uit de tijd. Ook hier kan men echter nog weer differentiëren. De opheffing uit de tijd kan beleefd worden als een transcendent ingaan in een nieuwe wereld, het kan echter ook naar zijn beleving de gestalte aannemen van een ondergaan in een chaos. Het was deze chaotische levensopheffing, die S c h o p e n h a u e r steeds weer obsedeerde en tot zijn wanhopige uitspraken leidde. Zo ooit dan kan men in S c h o p e n h a u e r's wijsbegeerte de innerlijke verscheurdheid van de condition humaine, en met name van de neurotische conditie, herlezen. Vragen wij ons echter af, wat in die ogenschijnlijk zo met S c h o p e n h a u e r verwante visie op de mens, zoals we die in de Schrift aantreffen, centraal gesteld is, dan is het de notie van de liefde. Het is op de kust van deze liefde, dat S c h o p e n h a u e r ' s vervloekingen en angsten schipbreuk geleden hebben. Het is niet de nietigheid en de nietswaardigheid, die uiteindelijk 's mensen lot en leven bepalen, maar de liefde. Dit weer in volle zekerheid naar voren ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's