Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 57

3 minuten leestijd

PSYCHOLOGIE VAN HET PESSIMISME

41

valt vanuit deze diep in zijn leven ingrijpende besluiteloosheid. Als karakterologisch kenmerk schijnt echter deze besluiteloosheid een zekere waarde te hebben. Samenvattend kunnen we zeggen, dat de karakterologische problematiek van het pessimisme grotendeels blijkt samen te vallen met de problemen van de neurotische levenshouding. De onzekerheid, de afgeslotenheid, de weifelmoedigheid, de angst en tenslotte ook het wantrouwen, zij alle behoren tot de typische kenmerken van de neurotische persoonlijkheid. Men kan zich hoogstens nog afvragen, welke rol aanleg en milieu bij het ontstaan van deze persoonlijkheidsvorm elk voor zich gespeeld hebben. Naarmate het inzicht op dit gebied rijpt, neigt men er wel steeds meer toe aan de milieufactor, in casu de opvoeding, de identificatie met de ouders en de omgeving verreweg de grootste invloed toe te kennen. Zoals bekend, valt het niet al te moeilijk bij S c h o p e n h a u e r de psychogenetische wortels van zijn pessimisme aan te tonen. Ook zijn biografen van oudere datum wijzen hier herhaaldelijk op. Het blijft echter historisch interessant hoe een dergelijke, toch zeer neurotische en afwerende levens- en wereldbeschouwing een grote invloed heeft kunnen hebben op de ontwikkeling van de wijsbegeerte. We willen hier nog iets meer over zeggen door nader in te gaan op de anthropologische wortel van het pessimisme. HET ANTHROPOLOGISCH ASPECT. In het begin wezen wij er reeds op, hoe het pessimisme als min of meer gave en afgeronde levens- en wereldbeschouwing vooral in de negentiende eeuw wortel geschoten heeftt. Dat het in die tijd wortel kon schieten, hangt ten dele waarschijnlijk samen met de in de eerste helft van deze eeuw bestaande behoefte aan een afgerond wereldbeeld, anderzijds met de sterk romantische, zo niet sentimentele geestesgesteldheid van die tijd. Men kan zonder bezwaar iemand als S c h o p e n h a u e r nog rekenen tot de romantiek, terwijl ook zijn leerlingen B a h n s e n , N i e t z s c h e en ten dele ook Ludwig K1 ag e s tot de romantische denkwereld behoren. Voor deze romantiek was kenmerkend het diep doorvoelde antagonisme, dat in de mens steeds weer hoogtij viert. De aard van dit antagonisme droeg telkens in zijn beschrijvingen weer een iets ander karakter. Zoals bekend, is dit antagonisme ten top gevoerd in de sterk geforceerde tegenstelling van Ludwig K1 a g e s tussen Geist und Seele. K1 a g e s heeft hierin echter, zij het ook wat overdreven, de consequenties getrokken van de grondgedachte van S c h o p e n h a u e r . De laatst-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 57

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's