Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 58

3 minuten leestijd

42

Dr A. L. JANSE DE JONGE

genoemde heeft in aansluiting aan de romantiek steeds weer gezocht naar de kern van datgene, wat de mens altijd weer beleeft als zijn innerlijke gespletenheid. Voor hem is deze kern gelegen in de noodlottigheid van het streven des mensen. Waar de mens streeft, daar is hij tegelijkertijd noodzakelijk aan een falen onderworpen. Dit falen zal hem zijn geluk kosten, maar ook dit zal hij met zich mee moeten torsen. De enige consequentie ligt voor hem in aansluiting aan de Indische philosophie voor de hand: het is een abstineren van elk, de mens zo noodlottig, streven. Zoals gezegd, is aan deze grondgedachte de romantiek niet vreemd. Meer dan ooit was omtrent de eeuwwende van 1700 naar 1800 het besef ontwaakt, dat met alle verlichting, alle progressie en alle ontwaking slechts steeds de innerlijke tweespalt en onzekerheid van het menselijk bestel aan de dag treedt. De „condition humaine" is in wezen tragisch. Niemand heeft dit dieper weergeven dan S c h o p e n h a u e r , niemand heeft zich ook naar ons inzicht meer fundamenteel in het wezen van 's mensen conditie vergist. Luisteren wij naar de Schrift, dan horen we vrijwel nergens een dergelijke diepe weergave van de menselijke onbevredigdheid, het menselijk verlangen, de menselijke eerzucht en tragiek. Maar ook nergens, wellicht het boek van de Prediker uitgezonderd, ontmoeten we een dergelijk tegelijk ontwapenend en afstotend pessimisme. Het is als het ware, alsof de Schrift met deze tere en kostbare materie van de menselijke conditie voorzichtiger omgaat. In de Schrift zelf geen exclamatie over de totale boosheid van de mens in die zin, zoals S c h o p e n h a u e r die ons laat horen, in de Schrift ook geen geschimp op de vrouw, geen ironie, geen sarcasme of cynisme. Hoezeer de Schrift ook weet van de eenzaamheid, de verdorvenheid en de boosheid van de mens, nooit zal dit haar een reden worden om niet met barmhartigheid te spreken van deze „condition humaine". Het is de Schrift er nooit om te doen, om de mens naar beneden te trappen, in geïsoleerde en daardoor fnuikende zin van 's mensen boosheid te spreken. Het is deze tegenstelling tussen de anthropologische visie van S c h o p e n h a u e r en die, welke de Bijbel ons biedt, welke ook in de laatste tijd weer in het middelpunt van de belangstelling is komen te staan. Door Karl B a r t h is naar mijn mening zeer terecht er op gewezen, dat het de mens niet toekomt vernietigend over de mens te spreken, temeer waar de Schrift hier niet van weet. Het gaat hier om het probleem van de nietigheid en de uiteindelijke nietswaardigheid van de schepping Gods. S c h o p e n h a u e r verhief zich niet alleen tegenover zijn medemens en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's