Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 67

3 minuten leestijd

NOTULEN

51

voor hoger geestelijk leven opgestapeld liggen. Het is het orgaan der ziel, dat in verbinding staat met het numineuze. 2. Door zijn analyse van het onbewuste zieleleven heeft hij de waarde van de godsdienst voor het mensenleven aangetoond. Waar Freud in de godsdienst een neurose ziet, waarvan de mensheid op den duur zal moeten genezen, is Jung van opvatting, dat de neurose van de mensheid hieraan ligt, dat zij zich van eeuwige geestelijke waarden heeft afgekeerd. Hij ziet in de godsdienst een waardevol, allerbelangrijkst middel tot geestelijke hygiëne van het menselijk geslacht. 3. Het is opvallend, dat Jung, in een tijd, waarin men tegenstellingen maakt tussen het ware, evangelische en het koude, verstandelijke, dogmatische Christendom, de hoge psychologische waarde van het dogma roemt. In ,,Psychologie und Religion" stelt hij het dogma veel hoger dan de beste wetenschappelijke theorie (bl. 83—86). Ref. bestrijdt Jung, de metaphysicus, die een systeem van wereldbeschouwing en wereldverbetering heeft gebouwd, onvoldoende of niet gebaseerd op empirisch materiaal. Aan de hand van de symbolen, die in dromen opduiken en zoveel gelijkenis vertonen met in mythologie en alchemie te voorschijn t r e dende figuren, maar evenzo in zijn beschouwingen betrekkende neoPlatonische en gnostieke gedachten — Oosterse godsdiensten — de mandala •—• de joodse geheimleer en getallenmythiek — komt hij tot de ontdekking ener figuur, die zinnebeeldig het Goddelijk Wezen weergeeft. In deze figuur is het getal 4 het hoofdmotief, in dromen aangeduid nu eens als vier brandende kaarsen, een tafel met vier stoelen, een schotel met vier appels, enz. enz. Hij stelt dit cijfer tegenover de door de kerk gehandhaafde drieëenheid van Vader, Zoon en Geest. De volledige harmonie wordt pas bereikt, wanneer als vierde hieraan duivel, vrouw of wereld wordt toegevoegd. Hij ziet in de menselijke geest zich een Godsbegrip ontwikkelen, dat van drieëenheid naar viereenheid gaat. Ook in andere zin ziet hij ontwikkeling : de God, die eerst hoog boven deze wereld troont en zich niet om het mensenleven bekommert, verandert in een Wezen, dat Zich naar de mensen keert. Het volgende stadium is een God, die tot de mensen afdaalt, onder hen woont, hen gelijk is geworden. Ref. critiseert Jung's methode een Godsbeschouwing op te bouwen uitsluitend op een psychologisch Godsbewustzijn. Daarbij is Jung's religie voor een zeer belangrijk deel gebaseerd op gnostiek en NeoPlatonische philosophic. Na de pauze is er gelegenheid tot discussie : 1. Prof. Jonker: a. Wat is de basis van het „collectief onbewuste"? Kan men empirisch hiertoe komen? Langs welke weg bereikt het ons : via de erfelijke eigenschappen? b. Is er vanuit ons gezichtpunt in het collectief onbewuste een aangrijpingsmogelijkheid voor een eigen psychologisch systeem? Antwoord: a. Het C O . is niet zonder evolutionisme (i.e. Lamarckisme) te denken. Nemen wij deze basis weg, dan valt Jung's systeem in elkander (Bumke). Jung stelt zich voor, dat door middel van engrammen de „Urerfahrung" onzer voorouders is hun hersenen is vastgelegd; deze engrammen zouden door de kinderen worden geërfd. In de loop der geslachten worden steeds meerdere engrammen bijgevoegd, en zo zal het met de tijd wisselende „archetype" ontstaan, b.v. van vader of moeder, man of vrouw. In de evolutie kent men echter geen erfelijkheid van ervaringen, wel van eigenschappen. Jung's opvatting staat, evolutionistisch gezien, zwak. b. Vanuit Jung's psychologie is er een wijd uitzicht op het gebied van het numineuze. Echter moet zijn ..collectief onbewuste" in andere zin worden verstaan. Het kan niet het orgaan zijn, waarmede de mens, via de engrammen zijner voorouders, met het mysterieuze wordt geconfronteerd. Ook behoort in de toepssing van het nieuwe begrip

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's

1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 67

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's