1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 50
34
Dr A. L. JANSE DE JONGE
het pessimisme in de negentiende eeuw met die, welke in onze eeuw aangehangen worden, blijkt wel hoezeer op dit gebied verschuivingen zijn opgetreden. De hedendaagse mens, althans de West-Europese mens, huldigt over het algemeen niet op een dergelijke openlijke en haast enthousiaste wijze het pessimisme als onze voorouders in de negentiende eeuw dit nog wel gedaan hebben. Over het algemeen is men in zijn oordeel aangaande wereld en leven en aangaande de waarde en waarheid van deze beide voorzichtiger en milder geworden. Ook de huidige existentie-philosophie, hoezeer die ook somwijlen voor pessimistisch wordt uitgekreten, zal deze naam niet willen accepteren. Zij moge dan niet optimistisch van aard zijn, een pessimisme als dat van S c h o p e n h a u e r of één der andere wijsgeren behoort zeker niet tot haar karakter. Op zichzelf is het de moeite waard hier een ogenblik bij stil te staan. Dat deze verschuiving plaats gegrepen heeft, is naar mijn mening wel een feit. De verklaring van deze verschuiving is echter minder gemakkelijk te geven. Men kan er echter op wijzen, hoe de negentiende eeuw juist het tijdperk was van de vooruitgang en van de verwachting naar een grote en schitterende toekomst. Dat zich in die tijd zwaar klinkende stemmen hebben doen horen, die met dit vooruitgangsgeloof braken, en die een universeel perssimisme propageerden, is wellicht te verklaren uit het bekende feit, dat voor vele mensen een ongestoorde vreugde op de duur ondragelijk wordt. Voor een man als S c h o p e n h a u e r was kenmerkend, dat niets hem zozeer irriteerde als een ongestoorde toestand van welbehagen. Zijn sinistere en cynische geest schiep er een voldoening in datgene af te breken, wat door anderen met vreugde was opgebouwd. VORMEN VAN PESSIMISME. Wanneer we met S t e n d e r h o f f het pessimisme omschrijven als een geesteshouding, waarin al datgene, wat in de toekomst zich aan ons voordoet, als ontoereikend en niet beantwoordend aan de te stellen eisen beschouwd wordt, en waarbij deze geesteshouding een grote mate van subjectieve zekerheid bezit, dan kunnen we binnen dit pessimisme een aantal vormen onderscheiden. Meestal maakt men onderscheid tussen een incidenteel pessimisme, waarbij alleen een bepaalde situatie pessimistisch beoordeeld wordt en een principieel pessimisme. Deze laatste vorm valt dan weer uiteen in een persoonlijk en een universeel pessimisme. Deze onderscheiding is op zichzelf al duidelijk. Het universele pessimisme wordt tot de geesteshouding, die een zeer objectief karakter draagt, zowel wat betreft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's