1952 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 56
40
Dr A. L. JANSE DE JONGE
geobsedeerd zijn door de antinomische structuur van volheid en leegte binnen de belevingstotaliteit. Zo zal ook de levensangst binnen het pessimisme hoogtij vieren, althans binnen een bepaalde vorm daarvan, doordat ook hier weer de wereld veracht wordt, de mens van de wereld afgesloten wordt en de veiligheid van het in zichzelf beslotene, het door zich zelf gedragene en het tot zichzelf inkerende de voorkeur gegeven wordt boven het ingaan in de wereld zelf. ledere daad wordt beleefd als een ingaan in een dreiging, als een stap in het donker en de angst maakt een verder voortgaan onmogelijk. Vertoont de mismoedige pessimist het beeld van de cynicus, de voor het leven angstige pessimist vertoont veel meer het beeld van de quietist. Elke actie jaagt hem te zeer schrik aan dan dat zij aan de werkelijkheidt gestalte zou kunnen geven. De overgevoelige pessimist vertoont op zijn wijze ook weer een speciale variatie van het algemeen raisonnerend pessimisme. Het is deze overgevoelige, die niet zozeer door cynisme of door angst wordt in beslag genomen, maar veel meer door een diep besef van de eigen zelfstandigheid en de eigen genoegzaamheid van het eigen ik. In de neuroseleer wordt het mechanisme van deze overgevoeligheid aangeduid met de term „narcistisch". Dit narcisme zoekt noodzakelijkerwijze naar compensaties binnen het eigen levensbestek. Uitbreiding naar buiten in de sociale en geestelijke sfeer is vrijwel onmogelijk, omdat binnen deze sferen het narcisme voortdurend gekwetst en beledigd wordt. Zo kennen we als compensatiemogelijkheid de verheerlijking van het eigen ik in het ascetisme, voorts in het phariseïsme en in de contemplatie. Steeds weer valt hierbij de nadruk op de afzondering, waardoor de overgevoeligheid ontzien wordt en vooral tegen sterke kwetsuren wordt beveiligd. Dat tenslotte deze vormen van ascetisme en pharizeïsme tot zeer duidelijke raisonnerende pessimismen leiden, is algemeen bekend. Als asceet of pharizeeër is men er tenslotte ten zeerste bij geïnteresseerd, dat datgene, wat men uit zijn leven verbannen heeft, toch ook eigenlijk de moeite niet waard is. Waar de druiven zuur zijn, daar zal hierop toch ook de meeste nadruk gelegd moeten worden. Noch de asceet, noch de pharizeeër heeft veel tot het geluk van zijn medemensen bijgedragen, en ditzelfde geldt mutatis mutandis voor de contemplatieve pessimist. Als kenmerk van S c h o p e n h a u e r ' s karakter wordt ook steeds weer zijn besluiteloosheid opgegeven. Men kan echter niet zeggen, dat het pessimisme van S c h o p e n h a u e r volledig te verklaren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's