1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 292
262
A. C. DROGENDIJK
Voor de Overheid is derhalve op het gebied van het ziekenfonds wezen wel een taak weggelegd, maar haar bevoegdheid zal slechts een ordenende en regelende dienen te zijn. In dit verband zouden wij willen aanhalen, wat destijds de Commissie „Snellen" hierover publiceerde. ,,De Staat zal aanvankelijk dirigerend (door het aangeven en vastleggen van rechten en plichten van verzekerden en deelnemers in een wet) en coördinerend (door concentratie en unificatie der bestaande ziekenfondsen voor te schrijven) moeten optreden, terwijl later de rol van de Staat een controlerende (door vertegenwoordiging in het besturende orgaan) en zo nodig een aorrigerende (door het veto-recht) zal moeten zijn". M.a.w. wel Staatstoezicht, maar geen Staatsbeheer, dat zo licht tot ambtenarij en verstarring van het ziekenfondswezen voert. Hieruit volgt tevens, dat het geenszins de taak der Overheid is de individuele gezondheidszorg, in welke het ziekenfondswezen bemiddelt, dwingend voor te schrijven. Tegen de verplichte verzekering op ziekenfondsgebied zijn immers vele en velerlei bezwaren aan te voeren, als daar zijn, dat de verplichte verzekering de autonomie der individuen aantast; het gezinshoofd moet het recht behouden zijn verdiensten naar eigen inzicht ten behoeve van zijn gezin te besteden. Voorts treedt bij de verplichte verzekering de Staat niet op als gezagsorgaan, maar als machtsorgaan, hetgeen in strijd is met het beginsel van de souvereiniteit in eigen kring, waarin met nadruk beklemtoond wordt de zelfwerkzaamheid der lagere organen, alsmede met de secundaire taak van de Overheid ten aanzien van de individuele volksgezondheidszorg. Tot dwang is men alleen dan gerechtigd over te gaan, wanneer het niet anders kan en de samenleving zonder die dwang in gevaar gebracht zou worden of althans ernstige schade zou lijden. Hiermede is niet gezegd, dat de Overheid niets met het gezin te maken heeft of dat de houding van de Staat voor het gezin van geen betekenis is. Integendeel, de Staat kan door wetgeving en bestuur op allerlei wijze op het gezin inwerken, het eerbiedigen, het bevestigen, het beschermen tegen gevaren, het ruimte geven voor de vervulling van zijn roeping en dergelijke meer. Maar de Overheid heeft niet de plicht of het recht, zonder dwingende noodzaak althans, zich rechtstreeks met dit terrein te bemoeien, tenzij het gezinshoofd of de leden van het gezin hun plichten op grove wijze verwaarlozen. Tegen elke vorm van Staatsabsolutisme, aldus Rutgers, welke met zich meebrengt miskenning van ouderplichten en ouderrechten en daardoor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's