Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 125

3 minuten leestijd

BOEKBESPREKING

107

het Amerikaanse Kinsey-rapport. Afgezien van de vraag, of daar nu behoefte aan bestond, en van het feit, dat het dat niet is, is er verschil tussen een wetenschappelijk werk, dat het sexuele gedrag van den mens als biologisch verschijnsel beschouwt en beschrijft, en een boek over sexuele voorlichting. In het voorwoord verweert zich de schrijver tegen het verwijt, dat hij psychologische, zedelijke en godsdienstige kanten buiten beschouwing liet, en hij acht dat zijn recht als schrijver, mits eerlijk erkend. Wanneer het om sexuele voorlichting gaat, is dit echter m.i. nog zeer de vraag. De schrijver heeft eens lang nagedacht over de vraag van een jong meisje, of het nu beslist nodig was, dat zij alles moest weten, wat hij verteld had. Had hij het maar nog langer gedaan ! Dat men vrijmoedig kan vragen en dat die vragen even vrijmoedig worden beantwoord, is uitstekend en beslist nodig. Dat wil echter niet zeggen, dat dat alles in het publiek kan geschieden. Enige jaren geleden ontvlood een liberaal medisch hoogleraar bij de beoordeling van een verslag ener sexuele enquête door een zeer christelijk man het woord : pornographie. Dat duidt er op, dat men in de vrijmoedigheid, ook het besef van personen, die gewoonlijk niet voor preuts doorgaan, ook te ver kan gaan, ook bij sexuele voorlichtingscursussen, dikwijls vooral bezocht door oudere, ongetrouwde, in abstinentie levende vrouwen. Het boek van Fabricius is voor artsen, juristen en allen, die met het sexuele leven van anderen in aanraking komen, m.i. van belang. Als boek van sexuele voorlichting an jonge mensen, is het niet aan te bevelen. Het is voor mijn gevoel onjuist, dat dit werk zonder meer aan het publiek wordt aangeboden. De firma Daamen heeft het Nederlandse publiek wel eens een betere dienst bewezen. L. C. van Emde Boas: „De periodieke onvruchtbaarheid". Prijs geb. 2.90. L. J. Veen's Uitgevers Mij., Amsterdam, 1952. In de serie volksvoorlichting is in een eenvoudige, maar zorgvuldige uitgave, de 7e druk verschenen van het werkje over de periodieke onthouding van C. van Emde Boas. Het boekje geeft op een zeer verantwoorde critische manier een uitstekende wegwijzing over de methode Ogino-Knaus. Dr van Emde Boas is zeer voorzichtig in zijn uitspraken, maar komt toch tot de conclusie, dat deze methode, enigszins gewijzigd, een zekere mate van betrouwbaarheid heeft. Met hem zijn wij van mening, dat het in wezen een anti-conceptionele methode is en principiële kwesties zijn dan ook niet aan de orde, uitgezonderd enige voorzichtige uitlatingen aan het adres van de katholieke voorvechters van P.O. Ik acht het boekje uitnemend geschikt voor iedere huisarts om zijn heldere betoogtrant en om zijn wetenschappelijke voorzichtigheid. J. A. VAN DER HOEVEN. R. Houwink Hzn.: „Wat ieder voor en na het huwelijk moet weten". Prijs geb. ƒ 2.90. L. J. Veen's Uitgevers Mij., Amsterdam, 1952. Ook dit boekje is in dezelfde serie verschenen als het bovenstaande van Van Emde Boas. Ik meen, dat dit boekje niet kan worden gerekend tot lectuur, die voor de medicus van betekenis is. Hij zal er zovele onjuistheden in vinden, dat het hem storen zal. Dat het óók een 7e druk beleefde, is zeker geen aanbeveling; dat wil zeggen, dat het door volkomen oncritische lezers gekocht wordt. Het is jammer, want de schrijver, die hoog opgeeft van de ,,schone, reine liefde", blijkt toch in zijn opvattingen gespeend van elk norm-besef. Daardoor zal het op vele Nederlandse staatsburgers niet die verheven invloed uitoefenen, die de schrijver zich voorstelt. J. A. VAN DER HOEVEN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 125

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's