Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 266

2 minuten leestijd

236

J. P. VAN EOOIJEN

viit hoofde van de geboortedaling tijdens de eerste wereldoorlog en in de twintiger jaren ook hier de basis smaller wordt. Vergelijken wij nu het gehele land met Amsterdam ter rechterzijde, dan zien wij grote verschillen optreden. De hoofdstad heeft in het jaar 1909 nog een behoorlijke pyramide, doch in 1930 blijkt deze tot een urn te zijn vervormd. Hieruit kan men dus afleiden, dat een stadsbevolking eerder veroudert dan de bevolking ten plattelande. Wie over dit essentiële verschil nadenkt, mag niet uit het oog verliezen, dat behalve de voor de hand liggende verschillen in de geboorte- en sterftecijfers ook de gevolgen van de urbanisatie een factor van betekenis vormen. Zoals reeds gezegd is de veroudering van alle West-Europese bevolkingen, met uitzondering van de Nederlandse, ver voortgeschreden. Als voorbeeld kan België dienen; de betreffende gedeformeerde pyramide voor het jaar 1951 wordt door de figuur op pag. 237 weergegeven 6). Op de instulpingen als gevolg van de beide wereldoorlogen behoeven wij niet meer speciaal de aandacht te vestigen, maar wel verdient het opmerking, dat België, afgezien van deze onregelmatigheden, vrijwel het beeld van een stationaire bevolking vertoont. En inderdaad wijzen de beschikbare cijfers uit, dat het natuurlijk bevolkingsaccres bij onze Zuiderburen slechts weinig van nul verschilt. Het behoeft wel geen nader betoog, dat de voortgaande veroudering voor een bevolking ontzaglijke consequenties heeft, die nog worden toegespitst, voor zover het betreffende volk niet op een maximum blijft staan, doch in aantal zelfs begint terug te lopen. Het is in het kader van dit artikel niet van belang ontbloot op de uit deze ontwikkeling voor de volksgemeenschap voortvloeiende lasten de aandacht te vestigen, hetgeen wij dan ook aan het slot zullen doen. Indien men zich een indruk wil vormen omtrent de in de naaste toekomst te verwachten bevolkingsgrootte, is een nauwkeurige analyse van de tot nu toe verkregen geboorte- en sterftecijfers uiteraard van het hoogste belang. Te dien opzichte strekken zich de waarnemingen in vrijwel alle West-Europese landen reeds over een volle eeuw uit, zodat wij ongetwijfeld over een alleszins toereikend materiaal beschikken. Ter vereenvoudiging van ons onderzoek kunnen wij echter zeer wel volstaan met de jaarlijkse cijfers sinds 1900 en de navolgende tabel geeft nu voor Nederland het verloop van het geboortecijfer onder (a), d.w.z. het aantal geborenen per 1000 inwoners, en het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 266

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's