Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 63

3 minuten leestijd

ÖE ONTWIKKELING VAN EINSTEIN'S EPISTEMOLOGIE

49

aan de physische realiteit! Zijn tegenwoordige uitingen verschillen sterk van die uit zijn positivistische tijdperk. „Natuurkundig werkzaam zijn" betekent thans voor hem : een pogen om het zijnde als iets begripsmatigs te omvatten, het zijnde, dat onafhankelijk is van de waarneming. Hij spreekt van een verlangen naar het objectieve, naar de grote wereld buiten ons, die onafhankelijk is van de mens en als een groot en eeuwig raadsel voor ons staat en die, althans ten dele, toegankelijk is voor ons schouwen en denken. Dit betekent niet, dat hij de natuurkunde als een copie van de werkelijkheid opvat. Daar zintuigelijke waarnemingen ons slechts indirect inlichtingen geven over de wereld buiten ons, kan deze wereld alleen door bespiegeling (speculatie) voor ons begrijpehjk worden. Ervaring heeft altijd met afzonderlijke gevallen van doen, terwijl een bewering op het geheel betrekking heeft. Er is geen logische weg van het empirische gegeven naar de begrippenwereld. Logisch gesproken is het natuurkundig systeem onafhankelijk van ervaringen. Maar het systeem krijgt pas natuurkundige betekenis, doordat het in verbinding komt met zintuigelijke ervaringen. Dat deze verbinding mogelijk is kan men niet verklaren. Hij zegt: „Het onbegrijpelijke van de wereld is, dat zij te begrijpen is". Zo kan men de axiomatische basis van de theoretische natuurkunde niet van de ervaring afleiden, zij is een vrije uitvinding van de menselijke geest. De natuurkundige concepties zijn niet zuiver van empirische voorsprong, zij zijn een vrije schepping van ons denken. E i n s t e i n s epistemologie nadert zo vrij sterk de opvattingen van K a n t . Hij verschilt in zoverre principieel van K a n t , dat hij categorieën niet als absoluut beschouwt, doch als vrije conventies. Duidelijk stelt hij zich, wat de realiteit van een physisch object betreft, tegenover B e r t r a n d R u s s e l l ; deze meent, evenals M a c h , dat een physisch object slechts de naam is voor een verzameling van zintuiggegevens. E. verwerpt deze opvatting en schrijft haar toe aan vrees voor metaphysica. Hij ziet er geen gevaar in om het „ding" als een onafhankelijke conceptie in zijn systeem op te nemen. Het physische object is een onafhankelijke realiteit, die zichzelf openbaart door een reeks van processen te openen, die ten slotte op de zintuigen inwerken. Samenvattend kan men E i n s t e i n s geloof thans als volgt omschrijven :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 63

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's