Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 68

3 minuten leestijd

54

SECTIE-VERSLAGEN

zegd worden. De rest-loze mathematische beschrijfbaarheid van het physische, die basis was voor dat klassieke determinisme, is door deze nieuwere ontwikkeling gelogenstraft ^). Een „doorsnee" door het ruimte-tijd-continuum is een abstractie (te vergelijken met de sectie op een organisme dat daardoor gedood wordt), een abstractie die van wat we beschouwen een mathematisch product maakt, dat niet meer physisch „leeft". De natuur kent bijv. geen tijdpunten. — Maar als dat zo is, wat blijft er dan over van de herleidbaarheid van dat „contingente" tot drie dimensies? Er is meer „contingent" dan alleen een drie-dimensionale doorsnee. Of — we kunnen hier eigenlijk slecht van een „meer" of ,,minder" spreken. De contingentie — als we dat woord nog even mogen aanhouden —- zit dieper dan we dachten. Ook als we een drie-dimensionale doorsnee als volledig contingent zouden aannemen, dan zou er nóg in de ontwikkeling in de vierde dimensie óók contingentie overblijven. En nu willen we dat woord contingentie eens opzij zetten. Daar is immers God, die 't al draagt in Zijn hand. In dat al is orde en er is vrijmacht Oods. En die twee zitten beide door alles heen. De orde bepaalt o.a. de z.g. causaliteit. En de vrijmacht Gods staat niet alleen aan het begin van dat weefsel, waarmee we het heelal en zijn ontwikkeling kunnen vergelijken, doch ook aan het eind en overal.

DE OECOLOGIE VAN DE KOKKEL (CARDIUM EDULE) door INGVAR KRISTENSEN Voordat de kokkel zich als een dier van nog geen halve mm grootte ergens op het wad of langs de kust gaat ingraven, heeft hij al een drietal weken als larf in het water gezwommen en is door de getijstromen her- en derwaarts gevoerd, evenals trouwens het geval is met het merendeel der bewoners van de zeebodem. Wellicht zou men verwachten dat zulke zwemmende larfjes zich na hun metamorphose op een willekeurig punt vestigen, maar dat is althans bij de meeste der onderzochte soorten toch niet het geval. De larven van de oester, de zeepok Elminius en de kalkkokerworm Spirorbis vestigen zich liefst in de buurt van soortgenoten; proeven maken aannemelijk, dat zij hierbij door chemische prikkels geleid worden (Knight-Jones, 1951). Andere larven metamorphoseren niet eerder voordat zij een „passend" substraat bereikt hebben; soms wordt hierbij de metamorphose bewerkstelligd door chemische eigenschappen van het substraat, zoals bij de worm Protodrilus (Jagersten 1940), terwijl Wilson (1948) voor een borstelvorm (Ophelia) aannemelijk kon maken, dat dit dier bij de keuze van zijn substraat door de physische eigenschappen hiervan (zoals korrelgrootte) geleid wordt. Ook de gewone kokkel komt plaatselijk in dichte populaties voor, soms een paar duizend exemplaren der m^, zodat het lijkt of de kokkel in staat is zich met grote nauwkeurigheid een geschikte verblijfplaats te kiezen. ^)

Zie bijv. Orgaan Chr. Ver. v. Natuur- en Geneeskundigen 1941, 77, en Philosophia Reformata 8, 51, 1943

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 68

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's