1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 106
88
J. LEVER
perter Schöpfungsgedanke Gottes". „Bekanntlich ist die besondere Form dieses Schoptungs-Mythus, welche sich im ersten Buche Moses findet, durch die Ausbreitung der Bibel zur Weltherschaft gelangt und wird noch heute in den meisten Schulen fruhzeitig den Kindern als zweifellose Wahrheit eingepragt" (p. 7). Hij wijst er dan op dat Linnaeus deze gedachte in de biologie heeft gemtroceerd. Het hoogste en laatste doel waarnaar Darwin volgens Haeckel streefde was dan ook om tegenover dit oude wereldbeeld een nieuw te plaatsen, waarin „Die Allmacht des unbeugsamen Naturgesetzes sollte erwiesen werden gegenuber den althergebrachten mystischen Vorstellungen von der technischen Arbeit eines personlichen Schopfers" (p. 13), en waardoor „das anthropozentrische Dogma" „zerstort" werd „dass der Mensch der voraus bestimmte Mittelpunkt des Erdenlebens und die ubrige Natur nur zu seinem Dienste erschaffen sej" (p. 39). Het is duidelijk dat Haeckel op de beste wijze de gedachten onder woorden heeft gebracht, welke in Darwin's geest de achtergrond vormden. Doordat in de vorige eeuw een stroom van natuuronderzoekers de Kerk en het orthodoxe geloof vaarwel hadden gezegd, doordat vele nog wel kerkelijke onderzoekers een z.g. ,,ruimere" en een z.g. „bredere" kijk op het leven hadden gekregen, doordat zovelen niet meer de Bijbel als Gods Woordopenbaring als middelpunt van geheel hun denken en leven wilden aanvaarden, doordat dus velen geen vaste grond meer onder de voeten hadden, daarom en daarom alleen kon het evolutionisme zo gemakkelijk ingang vinden. En toen het eenmaal ingang gevonden had, toen het eenmaal een geloof was geworden en toen men dus eenmaal zijn denken in deze richting had gekeerd, werden de zwakke argumenten en de losse gegevens overijld tot onwrikbare bewijzen verklaard van een totale autonome evolutie „Vom Kristall zum Lebewesen", van „Amoebe tot Mensch". Dit bracht met zich mee dat toen de natuurwetenschap als geheel eenmaal stellig hiervan overtuigd was en deze wereldbeschouwing als de enig wetenschappelijke aanprees, de moeilijkheden voor de onderzoekers die graag Christen wilden blijven en die de zuigkracht van de nieuwe wereldbeschouwing aan den lijve voelden eerst goed begonnen. Want waren het omstreeks het midden van de vorige eeuw nog de gelovige Sedgwick's en Henslow's die in vele landen de meeste leerstoelen aan de Universiteiten bezetten, nadien waren het de religieuze evolutionisten die zelfbewust en strijdlustig alle posten voor de progressieve en enig juiste doorbraak opeisten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's