Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 105

2 minuten leestijd

CHARLES ROBERT DARWIN

87

Ook de oplossingen van de eerste evolutionisten zoals van de Lamarck waren voor hem onaanvaardbaar. Hij zag zowel de „Mozaïsten" als de „Evolutionisten" van die tijd als een plaag voor de wetenschap. Dit gold niet alleen voor hemzelf, maar, zoals hij zegt, voor de meeste van zijn tijdgenoten. Zij verkeerden in een impasse. Het orthodoxe geloof was verloren en iets nieuws was er nog niet. Toen werd Darwin's werk gepubliceerd. Dit had op hem hetzelfde effect als een felle lichtbundel bij iemand die zijn weg in het donker heeft verloren en hierdoor plotseling een uitkomst ziet. Na een uitvoerig betoog, waarin hij verschillende tegenwerpingen tegen het evolutionisme afwijst, zegt hij : „The one act of faith in the convert to science, is the confession of the universality of order and of the absolute validity, in all times and under all circumstances, of the law of causation" 40). Zijn wereldbeeld is dat van de strenge volkomen autonome wetten, van zuiver mechanicisme, waarbij echter de mogelijkheid van een Wezen, dat deze wereldmachine in beweging heeft gezet, niet uitgesloten geacht moet worden. Hij wijst er ook op dat deze gedachte dus helemaal niet met het Theïsme in strijd is. Maar, en nu citeer ik letterlijk : ,,That with which it does collide, and with which it is absolutely inconsistent, is the conception of creation, which theological speculators have based upon the history narrated in the opening of the book of Genesis" 4^). Bij Huxley is het bewijs dus reeds goed te leveren. Tenslotte bezien wij de mening van de onderzoeker die ongetwijfeld de meeste invloed heeft gehad. Ernst Haeckel. Deze heeft op 12 Februari 1909 te Jena, ter viering van het feit dat Darwin 100 jaar te voren geboren was, een rede gehouden : „Das Weltbild von Darwin und Lamarck". Hij begint met te verklaren dat „Kein anderer grosser Schriftsteller hat in der zweiten Halfte des neunzehnten Jahrhunderts so tief in den inneren Entwicklungsgang des menschlichen Geistes eingegriffen, hat so viel zur Begründung unserer modernen Weltanschauung beigetragen, wie es diesem gewaltigen englischen Naturphilosophen zu tun beschieden war" (p. 5). Op de vraag wat dan diens hoofdverdienste was, antwoordt Haeckel: „. .. . die endgültige Losing der grossen „Schöpfungsfrage" (p. 6). Hij beschrijft dan eerst de opvatting welke algemeen vóór Darwin heerste en zegt: „Noch 1859 konnte der berühmte Louis Agassiz sagen : „Jede einzelne Tier- und Pflanzen-Art ist ein verkor-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 105

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's