Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 27

2 minuten leestijd

GELOOF EN WETENSCHAP OMSTREEKS 1900 EN NU

15

Dit noemt hij nu onze physio-psychologische geloofsbelijdenis, die hij nader als christeHjk materialistisch karakteriseert. Een verbinding van de geest-stof tegenstelling uit het Aristotelisme met het 19e eeuwse materialisme geeft zodoende wel vreemde resultaten. Vanuit de Thomistische gedachten over natuur en bovennatuur worden ook de wonderen en de genezingen op gebed behandeld, welke beschouwingen ik maar laat rusten. Uit de eerste 10 jaren van het bestaan heb ik U globaal de gedachten van de beide meest markante figuren over geloof en wetenschap weergegeven en wel in de chronologische volgorde, eerst die van Bonman en daarna die van Hermanides. Deze laatste gaat de pogingen van Bouman stilzwijgend voorbij. Bonman, hoogleraar aan de Vrije Universiteit geworden, poogt al meer een grondslag te leggen voor praktische wetenschappelijke arbeid en hij legt zich toe op vaktechnische specialisatie. Als hij in 1907 voorzitter wordt, begint hij het gemis aan broederlijke liefde te hekelen, waardoor sommigen uit de vergaderingen wegblijven. In 1909, na de dood van Hermanides in 1908, wordt door hem aan de orde gesteld de vraag: Hoe maken we de wetenschappelijke arbeid van de Vereniging meer vruchtbaar? Een commissie wordt daartoe ingesteld, die een rapport uitbrengt, dat met de daarover gevoerde debatten, bewaard is gebleven. Hieruit blijken zeer duidelijk de grote moeilijkheden waarvoor men zich geplaatst zag en de verschillende oplossingen, die men voorstond. Daar er geen verschil bestaat over de noodzakelijkheid van christelijke beoefening der exacte wetenschappen op zodanige wijze, dat Gods Woord als kenbron van waarheid wordt aanvaard, is de hoofdvraag : Waar schuilt de oorzaak van de geringe productiviteit? Bij de beantwoording van deze vraag blijkt noch in de commissie, nóch in de verenigingsvergadering eenstemmigheid te heersen en men gaat uiteen in twee groepen, die ik gemakshalve de practici en de theoretici wil noemen. De theoretici, o.a. vertegenwoordigd door Keuchenius en Hamburger, menen, dat de geringe productiviteit veroorzaakt wordt door het gemis van een christelijke philosophic (Keuchenius) of door het ontbreken van een specifiek christelijke werkhypothese (Hamburger). Hamburger zelf had reeds vroeger een dergelijke hypothese opgesteld voor de verklaring van tumoren en deze hypothese ter beoordeling aan Dr A. Kuyper voorgelegd. Keuchenius meent, dat dit onjuist geweest is; men moet aan Dr Kuyper „de schreiende behoefte aan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 27

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's