1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 66
52
DE ONTWIKKELING VAN EINSTEIN'S EPISTEMOLOGIE
3.
A. Einstein: Science and Religion, I, Adress at Princeton Theological Seminary, May 19, 1939. II, Science, Philosophy and Religion, New York 1941. Nrs 2 en 3 komen voor in de bundel Out of my later years, London 1950. A. Einstein: Zur Electrodynamik bewegter Körper. Ann. der Physik 17 : 891; 1905. A. Einstein: Uber die spezielle und die allgemeine Relativitatstheorie; Braunschweig 1917. A. Einstein: Quantentheorie der Strahlung. Physikal. Zs. 18 : 121; 1917. A. Einstein: Ernst Mach. Physikal. Zs. 17 : 101, 1916. A. Einstein: On the Method of theoretical Physics, Oxford 1933. A. Einstein: The meaning of relativity, 4th ed., Princeton 1950. E. Mach: Geschichte der Mechanik. L. Barnett: The Universe and Dr Einstein, London 1949. Ph. Frank: Relativity — a richer truth, Boston 1950.
4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.
SECTIE VERSLAGEN. RUIMTE, TIJD EN HET „CONTINGENTE" IN DE NATUUR door P. GROEN Deze korte voordracht wil weinig meer zijn dan een inleiding tot discussie over een moeilijk onderwerp, waarover onder ons nog veel gedacht en gestudeerd zou dienen te worden voordat wij hierin meer klaarheid krijgen. Het begrip „contingentie" is een filosofisch begrip, dat zoveel inhoudt als wat niet natuur-noodwendig of logisch-noodwendig is, doch „willekeurig" („het had ook anders kunnen zijn"). In verband hiermee spreekt men wel over het Godsbewijs e contingentia mundi, uit de contingentie der wereld (het kosmologische Godsbewijs). In deze betekenis staat de contingentie min of meer diametraal tegenover het begrip causaliteit, dat juist het niet-willekeurige, het gebondene aanduidt, waardoor situaties uit elkaar volgen — of hoe men dit begrip ook nader wil definiëren. Betreffende de physische causaliteit valt op te merken, dat deze bepaaldelijk een relatie in de tijd lijkt te zijn. Zij geldt — als ze geldt — tussen toestanden, die een tijdsverschil vertonen : een toestand van nu en een toestand van toen kunnen causaal verbonden zijn; toestanden hier en ginds op eenzelfde tijdstip noemt men meestal niet causaal aan elkaar gebonden (hoogstens indirect verbonden, via een gemeenschappelijke oorzaak in 't verleden). Men is dus geneigd te zeggen : causaliteit heerst in de ontwikkeling in de tijd, in de ruimtelijke verdeling van materie, hoeveelheid van beweging en energie is de contingentie dominerend. Dit laatste betekent dus niet, dat de „constellatie" van een willekeurig moment zo maar uit de lucht komt vallen; zij moge causaal gebonden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's