1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 175
llZondhlik DE LEER VAN DE BOLVORMIGHEID CONSEQUENTIES
VAN DE AARDE EN DE
DAARVAN.
Het is een psychologisch merkwaardig feit, dat anderen vaak niet de consequenties trekken, die wij vinden, dat ze moesten -trekken. Ik zou dit willen illustreren met een brief, dien ik richtte tot prof. dr E. J. Dijksterhuis, den bekenden onderzoeker van de geschiedenis der natuurkunde en aanverwante wetenschappen, en zijn antwoord daarop. Reeds eerder, maar meer terloops, had ik mijn vraag aan Hooykaas voorgelegd en daarop een antwoord, ook al weer terloops, ontvangen, dat achterna bleek overeen te stemmen met wat prof. Dijksterhuis mij schrijft. De kennismaking met het imposante werk van prof. Dijksterhuis „De mechanisering van het wereldbeeld" (een werk, dat de P. C. Hooft-prijs 1951 voor letterkunde ontving en waarvan de voorzitter van de jury zeide : „de brede, de eeuwen overspannende blik, en de veelzijdige en grondige geleerdheid worden geëvenaard door de nimmer falende vormbeheersing") was aanleiding voor mij mijn vraag, wat meer uitgewerkt, aan prof. Dijksterhuis aldus voor te leggen : ,,De opvatting, dat het doordringen van het Copernicaanse wereldbeeld een geweldige omwenteling in het geestelijke leven veroorzaakt heeft, wordt algemeen gehuldigd, maar het wil mij vaak voorkomen, dat weinig aandacht besteed wordt aan het veld winnen van de voorstelling, dat de aarde een min of meer bolvormige gedaante had, terwijl toch juist deze voorstelling op het geestelijke leven, in het bijzonder het godsdienstige, vooral van de ,,gewone" mensen een bijna huiveringwekkenden indruk moet hebben gemaakt. Was daarmede de band met den „hemel" niet afgesneden? Was de mogelijkheid om door een tocht naar de horizon in contact met den ,,hemel" te komen, niet tot onmogelijkheid geworden? Moest men zich niet rampzalig eenzaam en verlaten voelen? Geïsoleerd, afgesneden van den kosmos? Met zich zelf en de verdere mensheid hopeloos alleen?" „Of werden deze consequenties niet getrokken? Zelf noemt U in Uw boek wel andere (p. 102 e.v.v. b.v. de bespottelijkheid van het denkbeeld van het bestaan van tegenvoeters), maar niet de door mij aangeduide. Ik moet trouwens erkennen, dat gevoelens van eenzaamheid en duizeligheid eerst volop benauwend kunnen worden, als men zich de kleinheid van de aarde t.o. van de afstanden tot de naastbijliggende hemellichamen realiseert en de aarde zich in snelle beweging voorstelt. Maar ook, toen deze kennis al meer gemeengoed werd (en dat zal pas wel na de aanvaar-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's