1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 102
84
J. LEVER
gevoelde juk van Gods Woord af te werpen, en om in plaats hiervan uitsluitend de vrijheid van de menselijke geest in gerichtheid op de stoffelijke werkelijkheid te kiezen als uitgangspunt van iedere activiteit. De Franse Revolutie, de moderne theologie en het evolutionisme zijn dan ook drie gelijkwaardige resultaten van éénzelfde afkeer van de Bijbel als Gods Woordopenbaring. Wellicht zullen er zijn die menen dat de uitspraak dat de grond van het succes van het evolutionisme hierin gelegen moet zijn een ponering achteraf is; dat dit voortkomt uit een neiging om alles vanuit religieuze oorsprongen te willen verklaren. Laten wij daarom nagaan of deze uitspraak grond vindt in de mededelingen die ons door de evolutionistische reformatoren zelf zijn nagelaten. Wij kunnen deze niet allen hier bespreken, daarom kiezen we een paar van de meest vooraanstaande : allereerst Darwin zelf, dan Huxley en tenslotte Haeckel. Wij zagen reeds dat Darwin, naar zijn eigen woorden 33)^ toen hij in 1828 in Cambridge theologie ging studeren nog in de strikte en letterlijke waarheid van ieder woord van de Bijbel geloofde. Aan boord van de „Beagle" was hij volkomen orthodox. Hij schrijft in zijn Autobiographic zelfs dat hij eens door de officieren van de „Beagle" uitgelachen werd, daar hij betreffende een bepaald ethisch vraagstuk de Bijbel aanhaalde als een niet te weerspreken authoriteit 34). Maar na zijn terugkeer in Engeland wordt het anders. We vinden dan uitspraken dat hij ging inzien dat men het Oude Testament niet méér vertrouwen moest schenken dan de heilige boeken van de Hindoes, dat de strengste bewijzen nodig zouden zijn om een mens met een gezond verstand in de wonderen van het Christendom te doen geloven, dat hoe meer wij de vaste natuurwetten leren kennen hoe ongeloofwaardiger deze wonderen worden, enz. Zo kwam Darwin er toe een Goddelijke openbaring af te wijzen, hoewel hij onwillig was om zijn geloof op te geven. Hij hoopte dat er nog eens brieven van vooraanstaande Romeinen gevonden zouden worden die op de meest frappante wijze alles zouden bevestigen wat in de Evangeliën staat opgetekend. Hoewel aarzelend en twijfelend, verdween toch tenslotte het laatste sprankje van het Christelijk geloof. „Thus disbelief crept over me at a very slow rate, but was at last complete. The rate was so slow that I felt no distress" 35). Toch werd hij nimmer, naar hij meedeelde, een atheïst in die zin dat hij het be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's